Alexander Calder

 

     Rijksmuseum Amsterdam 2014

 

 

 

 

 

 

Groene buitenzaal

 

Met de grote renovatie van het Rijksmuseum (2003 – 2013) is ook de tuin rondom heringericht. Onder het motto 'verder met Cuypers' was het oorspronkelijke ontwerp van architect Pierre Cuypers uit 1884 / 1901 daarbij de leidraad. Het museum noemt het resultaat de ‘groene buitenzaal’.

 

 

 

 

 

Alexander Calder

 

De herinrichting van de tuinen wordt gevierd met vijf zomertentoonstellingen in evenzoveel jaren. De eerste internationale beeldententoonstelling in 2013 was gewijd aan de Engelse beeldhouwer Henry Moore (1898-1986), de tweede een jaar later aan de Amerikaan Alexander Calder (1898-1976). In de tuin zijn in 2014 veertien monumentale sculpturen geplaatst, in het museum worden vier werken getoond. Op zowel de tentoonstelling van Moore als de expositie van Calder was / is uitsluitend naoorlogs werk te zien.

 

De derde tentoonstelling in de reeks zal in 2015 gewijd zijn aan de Spaanse beeldhouwer Joan Miró (1893-1983).

 

 

 

 

 

 

Ontwikkeling

 

Aan het begin van zijn kunstenaarschap maakte Alexander Calder draadfiguren van mens en dier en creëerde hij circusvoorstellingen met bewegende figuurtjes. Beweging werd in zijn werk een steeds belangrijker element.

 

In de jaren 1926-1933 woonde en werkte Calder in Parijs en dat is bepalend geweest voor zijn ontwikkeling als kunstenaar. In 1930 bezocht Calder het atelier van Piet Mondriaan en hij raakte diep onder de indruk. Zoals hij zelf later zei: ‘Het was mijn bezoek aan Mondriaans atelier dat me abstract maakte’. In zijn dagboek schreef hij dat hij door Mondriaan inzag dat kunst gaat over beweging en abstractie. Het bezoek betekende een keerpunt in zijn werk, het was zijn ‘grote ontdekking’. Calder schreef in zijn autobiografie: "This single visit gave me a shock that started things. Though I had heard the word 'modern' before, I did not consciously know or feel the term 'abstract.' So now, at thirty-two, I wanted to paint and work in the abstract."

 

 

 

 

 

 

Mobiles en stabiles

 

Direct na het bezoek aan het atelier van Mondriaan in 1930 stortte Calder zich op het schilderen van abstracte schilderijen. Hij maakte er twintig in twee weken maar richtte zich daarna weer op zijn draadsculpturen. Najaar 1931 maakte Calder zijn eerste beweeglijke, kinetische scuplturen, ze werden aangedreven door een motortje. Vriend Marcel Duchamp introduceerde daarvoor de naam ‘mobiles’. In het Frans staat mobile zowel voor lichaam in beweging als voor drijfveer, motief. Al snel stopte Calder met de mechanische aandrijving om over te stappen op beweging die veroorzaakt wordt door luchtstromingen. Naast de bewegelijke mobiles, maakte Calder ook statische beelden. Kunstenaarsvriend Jean Arp stelde voor deze ter onderscheid van de mobiles ‘stabiles’  te noemen. Later combineerde Calder de twee tot ‘stabile-mobiles’.

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Alexander Calder

 

Tweede zomer-expositie in een serie van vijf,

ter gelegenheid van de opening en herinrichting van de tuin van het Rijksmuseum Amsterdam in 2013

 

Foto’s: juni 2014

 

 

 

 

 

                         

 

                           Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

                           Startpagina Alexander Calder