Karel Appel

 

Retrospectief

 

 

Gemeentemuseum Den Haag, voorjaar 2016

 

 

 

 

 

 

 

Beeldvorming

 

Ter gelegenheid van het 10e sterfjaar van de kunstenaar laat het Gemeentemuseum in een overzicht van zijn werk een andere kant van Karel Appel zien. Hij werkte veel nauwgezetter dan altijd werd gedacht. Hoewel hij zelf graag de indruk gaf, deed hij niet zomaar wat, of in eigen woorden, rotzooide hij niet maar wat aan. Zo maakte ‘het wilde beest’, ‘de schilderkundige woesteling’ en ‘cultuurbarbaar’ bijvoorbeeld schetsen, voorstudies, voor zijn schilderijen. Naast schilder- en tekenwerk was er op de tentoonstelling ook een klein aantal beelden te zien, waarvan een verslag.

 

 

 

 

 

 

Primitieve beelden

 

Eind jaren veertig maakte Karel Appel assemblages en reliëfs van blokjes hout en ander straatafval, hij was daartoe geïnspireerd geraakt door het werk van Kurt Schwitters en Picasso dat hij zag op een tentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam. Na een bezoek aan Parijs waar hij najaar 1947 een expositie bezocht met uitingen van geesteszieken, begon hij ‘primitief’ te schilderen en maakte ook primitieve beelden, houten figuren die hij beschilderde en bespijkerde.

 

Rudi Fuchs in 1998 over het vroege beeldhouwwerk van Karel Appel: “In het begin, eind jaren veertig, boeide hem de techniek van de assemblage: het verrassende en poëtische verbinden van verschillende materialen (gevonden voorwerpen), kleuren en gewichten. De kleine, vroege werken hebben de lichtheid van tekeningen: lijnen en kleuren die in de ruimte dansen – en nauwelijks op de grond staan.”

 

 

 

 

 

 

Cobra (1948-1951)

 

In een interview met de Telegraaf  (10 februari 1965) vertelde Appel over zijn vroege beelden in het kader van een komende tentoonstelling: “Ik zal zien dat ik wat van het oude spul kan repareren. Bij Karel Sijmons ligt nog een hele hoop plastieken en objets uit de Cobratijd opgeslagen. Veel ervan is niet goed meer.” Zijn vrouw Machteld vult aan: “Jij hebt toen een sculptuur van zeepkloppers gemaakt.” Appel: “Ja, maar die is er niet meer. Dat is wel jammer. ‘Drift op zolder’, een plastiek van oud ijzer, is er nog wel, die moet in elk geval op de tentoonstelling komen.”

 

“Ik was al vroeg bezig met die dingen. Maar nou zegt iedereen dat ie de eerste was, Jorn, Constant, Corneille. Jorn zegt zelfs: ik ben de vader van Cobra. Het zal me een zorg zijn. [..] Kijk, ik ben nou 25 jaar als schilder in de wereld, daarvan zijn twee jaar Cobra, waarvan één jaar actief: 1948, toen we de tentoonstellingen in Amsterdam en Luik hebben gehouden. Die jaren ben ik vergeten, die hebben geen indruk op mij gemaakt. We hebben één jaar leuk samengewerkt, maar ik wil niet met een etiket op m’n buik lopen. Ik heb in die tijd misschien 25 doeken gemaakt, maar daarna misschien wel tweeduizend.”

 

(In gesprek met Rudi Fuchs in 1998 stelt Appel het anders: “Cobra is drie jaar van mijn leven geweest”)

(De tentoonstellingen in Amsterdam en Luik waar Appel naar verwijst werden gehouden in resp. 1949 en 1951)

 

 

 

 

 

 

Boomstronken

 

In 1960 en 1961 bewerkte en beschilderde Appel in zijn atelier in zuid-Frankrijk stronken van verbrande olijfbomen, de stronken had hij uitgegraven.

 

21 Oktober 1961 verscheen onderstaand bericht en cartoon in het Vrije Volk. Curieus dat beeldhouwen een nieuw terrein genoemd wordt voor Karel Appel.

 

 

   

 

 

  

 

 

 

 

                                                                                                        Appels boom in het Vondelpark, 1965

 

Uitspatting van vorm en kleur

 

In 1965 bij het 100-jarig bestaan van het Vondelpark plaatste Appel een enorme boomstronk van een iep op palen in het park. Volgens de Waarheid (10 maart 1965) geschilderd in frisse kleuren, -rood, wit, geel, donker- en lichtblauw- en tweeëneenhalve ton zwaar. De krant beschouwde het werk een aanwinst voor het jarige park. Appel had zelf al in de Telegraaf  van 10 februari gezegd: “Het wordt een van m’n beste sculpturen. Een uitspatting van vorm en kleur” en “Door moeizaam in hout te hakken raak je los van je gemakkelijke schildertrant. Kom je fris tegenover de verf te staan en verval je niet in routine.”

 

Het Nieuwsblad van het Noorden (2 april 1965) zag de kleurstelling van het beeld anders: “Karel Appel heeft een bonte boom geleverd in kleuren die verschrikkelijk vloeken met het zachte groen van het Vondelpark in de lente.” Het Vrije Volk van 16 april vond het: “..een stevige explosie in kleuren, een vuurwerk bij daglicht”.

 

 

 

 

 

 

Assemblages: “Ik maak er wat anders van”

 

Rond 1990 keerde Appel terug naar het assembleren van beelden. Dit keer niet van op straat ‘gevonden voorwerpen’, maar van objecten opgeduikeld op Aziatische en Mexicaanse markten en in schuren van een wijnboer in Italië.

 

Appel (NRC, 16-2-1993): "Ik ben een nieuwe weg in de beeldhouwkunst ingeslagen. Alle culturen wil ik samenvoegen om tot een nieuwe kunst te komen. Alles is aan de orde geweest, zegt men. Dat is niet waar. Dit nieuwe werk is een doorgang naar het onbekende."

 

De kunstenaar in een interview met het Belgische Canvas in 2001 over zijn werkwijze: “Ik ga veel naar India, daar koop ik in op oude markten, daar koop ik uit hout gehakte koppen en dieren op. Ik heb net een heel stel koeiekoppen opgekocht in New Delhi, witte, uit massief hout gehakt. Daar maak ik composities van, daar hak ik in en ga het anders schilderen. Dus ik maak er wat anders van. Maar dat heb ik altijd gedaan. Vroeger deed ik het van ouwe latjes die ik vond op straat. Die timmerde ik aan elkaar en beschilderde ik. Daarmee ben ik dus altijd bezig geweest.”

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

 

Startpagina Karel Appel