‘Hof van Appel’

 

met beelden van Karel Appel uit Toscane

 

Cobra buiten, 2012

 

Beeldentuin Kasteel Keukenhof

 

 

 

 

                                                                                                                                                    

 

Beeldentuin Baruffaldi in Toscane

 

In 1989 kocht Karel Appel in Toscane het landgoed Villa Licia in de buurt van het dorpje Mercatale. Hij woonde in New York, maar verbleef van 1989-1999 ‘s zomers meestal in Italië. Zijn buurman twee kilometer verderop was de wijnboer en kunstverzamelaar Giulio Baruffaldi. Deze herinnert zich dat hij de groep Cobra en Appel kende (hij was eerder kunsthandelaar in Milaan) en dat hij graag kennis wilde maken met Appel. Hij stuurde zijn dochter te paard erop uit met een uitnodiging en die avond nog was Appel te gast. Het was het begin van een vriendschap. In opdracht van Baruffaldi maakte de kunstenaar in 1991 tien bronzen beelden voor diens tuin. In 1995 werd er een tableau van keramieken werken aan toegevoegd.

 

Nauw met de omgeving verbonden

 

Baruffaldi: “Ik had weinig sculpturen in mijn kunstcollectie, daarom vond ik het een goed idee sculpturen te kiezen voor de buitenruimte, de grond rondom het huis. Ik wilde samen met de kunstenaar voor de beelden een plek vinden waar de eigenschappen en het formaat het beste uitkwamen in het landschap. Zo werden ze dus zeer nauw met de omgeving verbonden. Want ik hou van deze plek” (citaat uit ‘Kunstuur’ van de Avro).

 

Vergankelijkheid

 

Voor de beelden ging Appel op zoek naar voorwerpen die echt met Toscane te maken hadden. Hij gebruikte oude spullen die hij op de wijnboerderij vond om een nauw verband te creëren tussen het te maken beeld en de geschiedenis van de omgeving. Hij assembleerde delen van wijnvaten, meubilair, gereedschappen en andere objecten. Vervolgens kneedde hij er in gips een organische vorm aan. Het geheel liet hij in Verona in brons gieten en de delen die van gips waren geweest, maakte hij wit. "Ik ben met de vergankelijkheid bezig. Deze beelden kunnen nu zo'n vijfduizend jaar mee" aldus Appel in 1993.

 

 

 

 

 

 

Weinig heftige kleurcontasten *

 

In 1993 organiseerde Rudi Fuchs in het Paleis Lange Voorhout in Den Haag de tentoonstelling ‘Singing donkeys’ met de nieuwste beelden van Karel Appel. Er stonden 23 sculpturen die bestonden uit assemblages van uiteenlopende voorwerpen zoals dierenkoppen, hoofden van papiermaché, wajangpoppen, boerenstoelen en vliegtuigmodellen. Ook was er sloophout in verwerkt. Appel had in New York recente gebruiksvoorwerpen met Aziatische en Zuidamerikaanse achtergrond verzameld, in Toscane had hij vooral gebruikt hout, onderdelen van landbouwwerktuigen en meubilair vergaard voor het maken van de beelden. Bijna elk beeld had enige kleur meegekregen, maar er waren weinig heftige kleurcontrasten. Verder kwamen in veel sculpturen handen en voeten voor.

 

 

De tien van Baruffaldi

 

Uit de verslagen over de tentoonstelling * en uit de catalogus is op te maken dat op ‘Spider’ na, duplicaten van alle beelden voor de tuin van Baruffaldi uit 1991 op de expositie in 1993 aanwezig waren.

 

In brons: Horse, Donkey, Cat on the Roof, Cat standing on a Head, Sitting bird, Flying Bird, Flowers en Forest.

 

Het enige andere beeld in brons was ‘Hanging heads’, en daarom vermoedelijk het tiende beeld voor Baruffaldi. Het origineel bevindt zich in de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam (Foto rechts).

 

     

 

 

Verhaal over het leven *

 

Appel naar aanleiding van de tentoonstelling: “Ik werk graag met mijn handen. Ik moet het materiaal voelen. Dan weet ik wat ik ermee doen moet, hoe ik het moet gebruiken. De ouwe deuren, stoelen, werktuigen en andere voorwerpen die ik voor mijn beelden gebruik, vertellen een verhaal over mensen, over het leven. En dat wil ik laten zien.”

 

 

 

 

 

 

Vernieuwing en vrijheid *

 

Appel vervolgde (de Telegraaf 19-2-1993): “Mijn beelden zijn bedoeld om de mensen aan het denken te zetten. Ik breng de verschillende culturen samen in een nieuw verband. Dat is het onbekende. Ik werk aan een nieuwe wereld. We zijn aan het eind van een tijdperk gekomen, onze eeuw is bijna afgelopen. In de kunst zie je geen vernieuwingen meer. Alles is al geweest. Ik heb me altijd vernieuwd. Zonder vernieuwing kan ik niet verder. Daarom schilder ik nu ook niet meer **. In mijn beelden vind ik een nieuwe vrijheid.” en “Ik wil de poëzie en de absurditeit van de werkelijkheid laten zien. Daarom vermeng ik alles uit verschillende culturen, maak er een eenheid van. Dat heeft niemand gedaan. Er is op dit moment geen eenheid meer. Je ziet overal weer die tribe-feelings, hoe noem je dat, opkomen. In Rusland, het Midden-Oosten, en in India. Daar ga ik tegenin. We hebben gezien wat er van komt.”

 

Doorgang naar het onbekende *

 

In een ander verslag (de NRC, 16-2-1993) wordt Appel zo geciteerd: "Ik ben een nieuwe weg in de beeldhouwkunst ingeslagen", zegt Appel. "Alle culturen wil ik samenvoegen om tot een nieuwe kunst te komen. Alles is aan de orde geweest, zegt men. Dat is niet waar. Dit nieuwe werk is een doorgang naar het onbekende."

 

Sobere Toscaanse beelden *

 

De beelden op de expositie van 1993 zijn voor Appels doen opvallend sober. “Eén beeld is hier en daar kleurrijk beschilderd. Appel: “Dat is een van mijn laatste beelden. Ik gebruik nu weer kleur. De beelden die ik in Toscane heb gemaakt, zijn heel sober, ja, omdat ik die objecten zo wou laten. Dat oude gebruikte hout heeft een eigen verhaal, een eigen sfeer ook.” en “Meestal is het zo mooi van zichzelf dat het geen verflik nodig heeft”.

 

* Naar artikelen in de NRC van 16 februari De Telegraaf van 19 februari en Het Limburgs Dagblad van 22 februari 1993. 

 

(** NB: Later is Appel weer gaan schilderen. In 1995 schilderde hij in Toscane de hele zomer het uitzicht vanuit zijn atelier op de wijngaarden en cipressen. Bijzonder omdat Appel altijd zijn fantasie schilderde in plaats van zich te laten inspireren door de werkelijkheid.)

 

 

 

 

                                                                         Karel Appel en Harriët de Visser in 1990

 

 

 

 

 

 

 

In 2003 verkocht Appel zijn landgoed en was de Toscaanse periode geschiedenis. Drie jaar later overleed hij.

 

 

Cobra buiten: Hof van Appel

 

In 2011 kwamen acht bronzen beelden uit 1991 en de installatie van keramiek uit 1995 uit de tuin van de wijnboerderij annex landgoed en hotel Fattoria La Loggia van Giulio Baruffaldi naar Nederland. Het was de eerste keer dat ze hun plek verlieten. Na een binnenexpositie in het Cobramuseum, verhuisden de beelden van maart tot oktober 2012 naar de beeldentuin van Kasteel Keukenhof in het kader van de eerste aflevering van de driedelige serie buitententoonstellingen ‘Cobra buiten’.

 

 

 

 

 

 

 


 

Karel Appel (1921-2006)

 

Kapperszoon Karel Christiaan Appel, geboren in de Amsterdamse Dapperbuurt, werd vlak voor de oorlog het huis uitgestuurd omdat hij wilde gaan schilderen. Appel meldde zich in 1940 aan bij de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten, waar hij Constant en Corneille ontmoette. Dat leidde in 1948 tot de oprichting van de Nederlandse Experimentele Groep en later van CoBrA - genoemd naar de steden Copenhagen, Brussel en Amsterdam -. Naast Appel bestond deze groep onder andere uit Corneille, de Belgen Dotremont en Noiret en de Deense kunstenaar Asger Jorn. CoBrA vernieuwde de schilderkunst drastisch.

 

Appel schilderde en beeldhouwde tegen de verdrukking in en begon te experimenteren met collages van gevonden voorwerpen. Hij ontwikkelde vanuit het zogenoemde primivistisch expressionisme van CoBrA een vorm van ‘action painting’ met figuratieve elementen. Zijn bekendheid groeide tot ver over de landsgrenzen.

 

 

 

 

 

 

In de loop van jaren zestig veranderde het karakter van zijn werk: hij schilderde volledig abstract of juist uitgesproken figuratief. De kleuren werden fel, dun en gelijkmatig in vlakken opgebracht. Behalve schilderijen, gouaches en litho's maakte Appel in die jaren enorme, felgekleurde beelden en reliëfs van hout, aluminium en polyester die mensen of dieren voorstelden.

 

In de jaren '80 en '90 probeerde Appel nog verscheidene nieuwe vormen uit - voorstellingen op een volledig zwarte achtergrond, doeken met verhalende voorstellingen en schilderijen waarbij hij de mogelijkheden van de brede, ruwe schilderstoets onderzoekt. En hij maakte veel beelden, in het paleis aan de Lange Voorhout stonden in 1993 23 werken: o.a. The Flute player, Horse, The Fountain, The Forest, Flowers, The Couple, Hanging Heads, Singing Donkeys en Pandora's Box. Engelse titels: de internationale taal van de kunst.

 

Assemblages: “Ik maak er wat anders van”

 

Appel in een interview met het Belgische Canvas in 2001 over zijn werkwijze bij het maken van beelden: “Ik ga veel naar India, daar koop ik in op oude markten, daar koop ik uit hout gehakte koppen en dieren op. Ik heb net een heel stel koeiekoppen opgekocht in New Delhi, witte, uit massief hout gehakt. Daar maak ik composities van, daar hak ik in en ga het anders schilderen. Dus ik maak er wat anders van. Maar dat heb ik altijd gedaan. Vroeger deed ik het van ouwe latjes die ik vond op straat. Die timmerde ik aan elkaar en beschilderde ik. Daarmee ben ik dus altijd bezig geweest.”

 

Appel bleef tot ver na zijn tachtigste actief. ‘Des te ouder ik word, des te sneller vernieuw ik. Ik leef met elan en enthousiasme, dat zie je aan de kleur’, zei hij. Hij voegde er echter aan toe dat alle ellende van de wereld ook haar weerslag vond in zijn werk.

 

 

 

 

 

 

 


 

Beeldentuin Kasteel Keukenhof,

Expositie Cobra buiten 2012: Hof van Appel

 

Foto’s: september 2012

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

 

Startpagina Beeldenpark Kasteel Keukenhof, expositie Karel Appel