Jean Arp

 

     The Poetry of Forms

 

Kröller-Müllermusem, 2017

 

 

 

 

 

                                                                                                                        Ster, 1939

 

 

Breed

 

Zomer 2017 liet het Kröller-Müllermuseum een overzicht zien van het werk van Jean Arp, een Duits-Franse dichter, schilder en beeldhouwer. Het museum toonde sculpturen, reliëfs, werken op papier, poëzie en geschriften. In de expositie werd de wisselwerking tussen zijn poëzie en beeldende kunst benadrukt. Op deze webpagina’s worden alleen de sculpturen van de tentoonstelling getoond.

 

 

 

 

 

 

 

Linkerneusgat

 

Samen met een aantal andere kunstenaars was Arp de geestelijke vader van de Dada-beweging. Het Rotterdamsch nieuwsblad behandelde op 19 november 1927 de vraag ‘Wat is Dada?’ en schreef:

 

Een zondelinge literaire formule kwam in 1916 in de wereld. In de oorlogsjaren was Zürich de toevluchtshaven waar intellectuelen uit alle landen wachtten op hun tijd en hun kans. Wanhoop en katterigheid waren vooral de stemmingen. In deze troosteloosheid brachten de kunstenaars Hugo Ball, Hans Arp, Tristan Tzara, Marcel Janco en Richard Huelsenbeck, wat verbazing en sinistere vroolijkheid door hun opzettelijk kindergebazel. Dada! Een korte tijd heeft deze voor-den-gekhouderij haar navolgers gevonden. Wat was Dada? Een verdoovingsmiddel tegen al te ondragelijk oorlogsleed.

 

Theo van Doesburg schreef in 1923 een brochure getiteld ‘Wat is dada?’: “Dada is de schrik van den clubfauteuilbourgeois, van de kunstcriticus, van den artist, van den konijnenfokker, van den hottentot, van wie niet.” Dada was volgens van Doesburg niet intellectueel te begrijpen, het was een “directe levensbeweging” en negeerde alle culturele waardebepalingen.

 

Arp verklaarde: “Het woord dada is uitgevonden door Tzara op 6 februari 1916 om zes uur ’s avonds. Ik ben er met mijn 12 kinderen getuige van geweest. Het gebeurde in het Café de la Terrasse en ik droeg een brioche [cake-broodje] in mijn linkerneusgat.”

   

 

 

 

 

 

                                        Torso-vaas, 1963

 

 

Tuinman

 

De Tijd schreef 11 december 1948 over de beelden van Arp: “Men noemt zijn kunst wel die van een geniale tuinman. Hij maakt allerlei grillige ronde vormen, die surrealistisch aandoen.” De beelden van Arp worden een schoolvoorbeeld van biomorfe beeldhouwkunst genoemd. Surrealisten in de jaren dertig gingen uit van ‘natuurlijke producten’, Arp ontwikkelde dat concept verder. Hij gebruikte het toeval om met natuurlijke vormen een kunstzinnige vorm te vinden. Hij zei daarover: “We (kunstenaars) streven er niet naar om de natuur te imiteren. Wij willen creëren, zoals de plant de vrucht voortbrengt.”

 

 

 

 

 

    Het kleine theater, 1959

               

                                                                  Jean Arp in zijn atelier

 

 

 

 

      

 

                                                    Reuzentorso, 1957 (foto-locatie: het Stedelijk Museum Amsterdam, 2012)

 

 

 

                                                                           

 

                                                                                                                                                                  De Waarheid, 8 juni 1966

 

 

 


 

Tentoonstelling Jean Arp, The Poetry of Forms in het Kröller-Müllermuseum

 

zomer 2017

 

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

 

Startpagina Jean Arp