Museum Beelden aan Zee

 

Scheveningen

 

 

 

 

                                                                            Kopf door Hede Bühl, 1980

 

 

Mensbeelden

 

Museum Beelden aan Zee is opgericht door het echtpaar Theo Scholten (1927-2005) en Lida Miltenburg (1922). In 1969 kochten zij hun eerste beeld en al snel daarna groeiden ze uit tot verzamelaars van beeldhouwwerk. “Een beeld is ruimtelijk. Je kunt het op een tafel zetten, je huis ermee inrichten. Met beelden ga je om. Je junt ze in je handen nemen, ze strelen. Naar een schilderij kun je alleen kijken.” Het thema werd de verbeelding van de mens want: “Het mensbeeld is een gegeven van alle eeuwen en van alle culturen. Het blijft interessant om te zien hoe de huidige en toekomstige generatie het vorm blijft geven.”

 

 

 

 

                                                                                                                  Titan door Igor Mitoraj, 1978

 

 

Weg der Verbeelding

 

Een kleine dertig jaar na de eerste aankoop was de collectie uitgegroeid tot ruim 600 grote beelden; het echtpaar Scholten-Miltenburg koos voor redelijke formaten “omdat ons uitgangspunt de menselijke maat is.” Een ander uitgangspunt was om vooral van levende kunstenaars werk te kopen onder andere om jong talent te stimuleren.

 

Ze dachten jaren na over hoe de collectie ondergebracht moest worden en besloten uiteindelijk tot een particulier museum dat, naar Amerikaans concept, draait op een grote groep vrijwilligers. In 1994 opende Museum Beelden aan Zee in Scheveningen de deuren met de tentoonstelling ‘Weg der Verbeelding’ waar 150 sculpturen uit de verzameling te zien waren.

 

 

 

 

Schatplichtig

 

Tijdens zijn vijf jaar durende directoraat bij het Haags Gemeentemuseum presenteerde Rudi Fuchs jaarlijks een keuze uit de vaste collectie onder de titel ‘Verzameling aan Zee’. In 1993 vertrok hij naar het Stedelijk Museum in Amsterdam en stopte de serie. Een jaar later opende het nieuwe beeldenmuseum met de naam ‘Beelden aan Zee’

 

 

 

Rond 2007 omvatte de collectie ongeveer 1000 werken. In 2014 staat op de website van het museum dat de collectie bestaat uit circa 1200 beelden en 500 penningen naast een groot aantal werken in langdurige bruikleen.

 

 

 

 

 

 

Toekomst van de kunst

 

Citaat uit het NRC Handelsblad van vrijdag 9 september 1994:

 

Scholten is er heilig van overtuigd dat de toekomst van de kunst in Nederland niet meer in handen ligt van de overheid, maar van de particuliere verzamelaar. “Naarmate de welvaart toeneemt komt de grondslag voor overheidsbemoeienis met de kunst te vervallen. In de negentiende eeuw is de basis voor de verzamelingen van veel Nederlandse musea, zoals het Boymans-van Beuningen en het Kröller-Müller door particulieren gelegd, en dat zal aan het eind van deze eeuw weer gebeuren.

 

Sinds de oorlog is het aantal bedrijven en particulieren dat zich over de kunst ontfermt, enorm gegroeid: kijk maar naar Duitsland, Japan en de Verenigde Staten. In Nederland zijn er de afgelopen jaren verscheidene particuliere musea opgericht - Overholland, Jopie Huisman, Van der Togt, De Pont - en in luttele jaren is het denken over de rol van de overheid 180 graden gedraaid. Ik heb zelf die overgang meegemaakt. In plaats van dedain voor 'de rijke stinkerd die per se zijn naam aan een prestigeproject wil verbinden' is de houding nu: hoe had u het gehad willen hebben. Hoe ik het hebben wil, kan iedereen nu in Beelden aan Zee zien.”

 

 

 

 

 

         

 

Der Bube door Manfred Zirngibl, 1985                                        L’Africaine door George Grard, 1957-58

 

 

 

 

 

In het duin

 

Het museum is gebouwd in een duin rond en onder het paviljoen Von Wied van sociëteit De Witte. Het paviljoen werd in 1826 gebouwd door koning Willem I voor zijn vrouw. Wim Quist was de architect van het nieuwe museum. Hij bedacht een gebouw met gedeeltelijk ronde muren en met patio’s en terrassen. Beeldhouwer Caspar Berger voelde dat hij bij het inrichten van zijn solo-tentoonstelling in 2007 moest opboksen tegen de creatie van de architect: “De enige die hier permanent exposeert is architect Wim Quist en hij laat zo nu en dan een beeldhouwer toe.”

 

De gemeente Den Haag had verlangd dat het gebouw niet zichbaar zou zijn vanaf de boulevard en als uithangbord voor het onzichtbare museum werd het beeld ‘Licht van de maan’ van Igor Mitoraj op het duin gezet. Het diende als boegbeeld en beeldmerk van het museum.

 

 

 

                                                                      

 

                                                                          het beeldlogo van het museum was een kunstwerk van Igor Mitoraj

                                                                                                    dat voor het museum op het duin geplaatst was

 

 

                                                       

 

                                                                                      het toegangsbewijs dat van 1994 tot minstens 2002 in gebruik was;

                                                        toegang in 1995: 6 gulden, in 2002: 5 euro, in 2010: 10 euro, in 2014: 12 euro en in 2016: 15 euro

 

Scepter

 

De collectie is in de periode 1965-2002 bijeengebracht door het echtpaar Scholten-Miltenburg, vanaf 1993 gesteund door een adviescommissie. In 2002 werd een nieuwe artistiek directeur aangesteld en bij deze functie ligt sindsdien de verantwoordelijkheid voor het aankoopbeleid. Voorwaarde van de directeur bij zijn aanstelling was de oprichting van een onderzoekspoot bij het museum: het Sculptuur-Instituut, de vaste staf werd uitgebreid. Theo Scholten overleed in 2005 en Lida Miltenburg nam vanaf dat moment meer afstand van de dagelijkse gang van zaken: “Typerend voor mijn man was dat hij ooit zei te hopen dat onze uitgangspunten gerespecteerd zouden blijven, maar dat wij verder niet ‘over ons graf heen’ wilden regeren.”

 

 

 

            

 

                                                                                             Grosser maskierter Kopf door Rainer Kriester, 1977

 

 

 

 

                                                    Kopf I door Martin en Brigitte Matchinsky, 1974

 

 

Collectiebuiging

 

Op de website van het museum staat zomer 2014:

 

“De stichters van het museum hielden als horizon van hun collectievorming de menselijke figuur aan. De reflectie van kunstenaars op het klassieke thema van de menselijke figuur en op de menselijke conditie was hun algemene doelstelling bij het doen van een aankoop. In het huidige aankoopbeleid wordt deze leidraad nog steeds aangehouden.

 

Afhankelijk van de omstandigheden kan worden afgeweken van het kopen van beelden waarin een onderdeel of gehele menselijke figuur zichtbaar is. Toch zal in het algemeen de mens als uitgangspunt moeten dienen voor kunstwerken die aangekocht worden in onze collectie. Hiermee brengt het museum een hommage aan de idealen van de stichters, naast het eerbetoon aan de tradities en vernieuwingen die de geschiedenis van de moderne en hedendaagse beeldhouwkunst zo weergaloos interessant maakt.”

 

Alles

 

De tekst blijkt voorjaar 2015 verwijderd van de website. Er zijn inmiddels verschillende ‘non-humane’ werken aangeschaft zoals ‘Inventory’ van Per Kirkeby, ‘Moving Woods’ van Perl Pearlmuter, ‘Table Piece CLXIX’ van Anthony Caro en ‘Four Stems’ van herman de vries. Hoofd Collecties en Publicaties in 2014: “Abstractie trekt ons aan de laatste tijd”. In een promotiefilmpje verklaart directeur Jan Teeuwisse: “We concentreren ons op de naoorlogse beeldhouwkunst, internationaal. Dus alles vanaf de jaren vijftig tot morgen.”

 

 

 

 

                                                                            Cycloop door Jan Timmer, 1980

 

 

 

                                                        Cathédrale door Eugène Dodeigne, ca 1978

 

 

 


 

Museum Beelden aan Zee, Scheveningen Den Haag

 

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

 

Startpagina Museum Beelden aan Zee