Kunst op Stapel

 

     Kasteelpark Stapelen, Boxtel  2017

 

 

 

 

 

 

 

Paters Assumptionisten

 

Kasteel Stapelen in Boxtel stamt uit de Middeleeuwen, de vroegste vermelding van het slot in de Dommel dateert uit 1293. In 1857 kochten gemeenteraadslid van ’s Hertogenbosch Jan Hendrik Mahie en zijn vrouw Geertruida Antonia van Son het kasteel en noemden zich vervolgens ‘Mahie van Boxtel en Liempde’; de vrome weduwe van hun zoon verkocht Stapelen begin vorige eeuw aan de paters Assumptionisten. De paters vestigden zich januari 1915 op het kasteel en de laatste handvol geestelijken woont er nog steeds. Sinds maart 2017 staat het kasteel te koop.

 

 

 

 

                                                         Heraldische leeuwen met de wapens van Mahie en Van Son, 1857

 

 

Eeuwfeest

 

In 2015 herdachten de paters dat ze een eeuw op het kasteel woonden. Van de website over het jubileumjaar: ‘Nu 100 jaar later willen ze [de paters] uitdragen dat ze het religieus erfgoed van hun congregatie en het cultuur-historisch erfgoed van Kasteel en Park Stapelen naar de toekomst willen brengen’. De Kunststichting Boxtel heeft dat jaar in samenwerking met de paters de zomer-kunsttentoonstelling ‘Kunst op Stapel’ ingericht in het park van het kasteel. Uit de folder: ‘Het is de wens van de paters om het park open te stellen voor de gemeenschap en te komen tot een ‘stadslandgoed’.’

 

Twee jaar later is er opnieuw een beeldententoonstelling met dezelfde titel en de steekwoorden Verbinden Natuur Water en Religie. Het lijkt het een begin van een mooie traditie, maar het zou de slottentoonstelling kunnen zijn als het kasteel wordt verkocht.

 

 

 

 

 

 

Leeuwen

 

De brug over de slotgracht van kasteel Stapelen wordt gemarkeerd door twee leeuwtjes die ieder een blanko schild vasthouden. Een fotograaf van de Katholieke Illustratie toog in 1934 naar Boxtel en fotografeerde ondermeer de brug en toegangspoort: de leeuwen blijken er nog niet te staan. De vroegste foto gevonden waarop de beelden wel te zien zijn, dateert uit 1957 (met getekende schuinbalk op het wapen). Omstreeks 1947 is in de brug een ophaalbrug aangebracht, mogelijk is dat het moment van plaatsing geweest.

 

Het is niet aan te nemen dat de paters zich heraldische leeuwen hebben aangeschaft of ten geschenke hebben gekregen, het past niet. Het valt daarom aan te nemen dat de leeuwen bij de aankoop van het kasteel in 1915 tot de boedel behoorden en aangeschaft waren door de familie Mahie.

 

 

 

 

        De Mahie’s hielden van heraldiek: detail van een meubel uit de ridderzaal van kasteel Stapelen

                      met de wapens van de families Mahie en van Son (ovaal = wapen van gehuwde vrouw),

                                                    en in de vaandels de wapens van Boxtel en Liempde (Foto: RCE, 1997)

 

 

 

 

 

 

CS-leeuwen

 

De leeuwen zijn bijzonder omdat ze in uiterlijk lijken op de zgn. ‘CS-leeuwen’ of ‘spoorleeuwen’ van de Korte Prinsengracht in Amsterdam. Toen het Centraal Station van Amsterdam gebouwd werd, moesten ook viaducten aangelegd worden om de waterwegen naar het IJ te overbruggen. De pijlers van de spoorbruggen werden bekroond met grote beelden van leeuwen met wapenschild, de leeuwen van het viaduct Korte Prinsengracht verschillen daarbij in uiterlijk - niet in de karakteristieke houding van het lijf - van de leeuwen die het CS flankeerden. De beelden zijn in de periode 1872-1877 geplaatst. Maar de leeuwen verdwenen ook weer in de loop der tijd, na verzakking van de pijlers en na uitbreidingen en modernisering van het spoorwegennet.

 

Een aantal geïnteresseerden heeft zich enige jaren geleden verenigd in een genootschap en zijn op zoek gegaan naar de verdwenen CS-leeuwen, ze pluizen daarbij ook de geschiedenis na. Het Genootschap heeft anno 2017 alle zestien leeuwen die het Centraal Station flankeerden getraceerd en twee of drie kleinere voorbeelden (naar hetzelfde model gemaakt) van de leeuwen van het iets verder gelegen Korte Prinsengracht-viaduct; alles is na te lezen op hun website www.leeuwencs.nl

 

 

 

 

 

 

Twee versies

 

De eerste beelden die in Amsterdam geplaatst werden, zijn de zes leeuwen van de Korte Prinsengracht. De zestien grotere en vooral wat kop betreft grovere leeuwen die het CS flankeerden, zijn van enkele jaren later en wijken op onderdelen af van de Korte Prinsengracht-leeuwen, maar de karakteristieke houding van het lijf is hetzelfde. Vier van de grovere leeuwen die aan de oostkant van het CS stonden, staan nu in het Beatrixpark in Amsterdam en zijn daarmee nog steeds ‘Amsterdamse publieksleeuwen’.

 

 

 

 

          De hand van een kunstenaar is zichtbaar: de leeuwen zijn uitzonderlijk levendig, sierlijk en stijlvol

                                                      gezien wat elders in Nederland staat aan wapenschilddragende leeuwen

 

 

 

Modellen uit een beeldhouwersatelier

 

Hoe passen de leeuwen van kasteel Stapelen in het verhaal van de CS-leeuwen?, ze zijn te klein (ca 60 cm hoog) om CS-leeuwen (135 cm hoog) te kunnen zijn. Het Genootschap heeft in een bestek uit 1870 gevonden dat de beelden voor de viaducten gehakt dienden te worden naar een model. Van dat werkmodel kunnen ook andere leeuwbeelden gemaakt zijn voor andere opdrachtgevers. Met behulp van een punteerapparaat kon een beeldhouwersatelier beelden in iedere gewenste grootte en ook in spiegelbeeld leveren.

 

Bij kasteel Well (alias Huys van Malsen) in Ammerzoden staat een van de teruggevonden grote CS-leeuwen en er staan tevens twee kleine exemplaren die een kleinere versie van de CS-leeuwen van het viaduct Korte Prinsengracht lijken te zijn (naar hetzelfde model, maar kleiner, uitgevoerd), hun wapenschild is ingevuld. Op de Leeuwenberg in Valkeveen staat ook een exemplaar, eveneens een kleinere versie dan de viaductleeuwen, met ingevuld schild en vermoedelijk gemaakt in 1875 want op 7 oktober 1882 schreef de Gooi- en Eemlander over de Leeuwenberg (twee citaten):

 

 

      

 

 

 

De leeuwtjes van kasteel Stapelen lijken sterk op de kleine leeuwen van kasteel Well en een van hen -naar oude foto’s- op de Amsterdamse viaductleeuwen, ze zijn alleen nóg een slag kleiner dan de eersten. Dat de wapenschilden niet ingevuld zijn (wel was er vorige eeuw een donkere schuinbalk op aangebracht) kan erop wijzen (nadruk op kan) dat dit stel de toonmodellen zijn geweest van het beeldhouwersatelier; modellen aan de hand waarvan een opdrachtgever een bestelling kon plaatsen (zó groot en met wapen zus en zo).

 

 

Rechts: Een leeuw op het viaduct van de Korte Prinsengracht Amsterdam in 1899 (Foto-detail: Jacob Olie, Beeldbank Amsterdam; achtergrond vrij gemaakt) en een leeuwtje van kasteel Stapelen, Boxtel.

  

 

 

 

 

      

 

                                      de leeuwtjes verschillen enigszins onderling, het rechter leeuwtje lijkt op de Korte Prinsengracht leeuwen

 

 

Henri Geelen, Roermond

 

De zes leeuwen van het Korte Prinsengracht-viaduct in Amsterdam waar de leeuwtjes van Stapelen zeer verwant mee zijn, zijn in 1872 gemaakt door beeldhouwer H. Geelen uit Roermond.

 

Geelen was een van de beeldhouwers die zich toelegden op kerkelijke kunst in de tweede helft van de negentiende eeuw in zuidelijk Nederland. In die tijd was er een grote vraag naar beelden vanwege restauratie en nieuwbouw van kerken en inrichting van kloosters en kapellen. Ook de architect van het Centraal Station in Amsterdam, Pierre Cuypers, had een kunstwerkplaats in zijn geboorteplaats Roermond.

 

De kunstzinnigheid van Geelen werd geprezen, “Op nieuw leverde de heer Geelen hier het bewijs, dat hij een kunstenaar is in den waren zins des woords”. Geelen had zijn eigen beeldhouwersatelier, juni 1872 vraagt hij medewerkers:

 

 

H. Geelen was Henri Geelen (Henricus, Hendrik), officieel Jan Baptist Hendrik Hubert Geelen (Roermond, 1841 – Berlicum, 1921). Berlicum ligt vlakbij Boxtel, Geelen woonde er sinds 1898.

 

  

 

                               Maas- en Roerbode, 2 november 1872

 

 

 

 

Linker leeuwtje van kasteel Stapelen, Boxtel

Leeuw op het viaduct van de Korte Prinsengracht

Amsterdam in 1894

(Foto-detail: Jacob Olie, Beeldbank Amsterdam)

 

 

 

 

    Leeuwen op het viaduct Korte Prinsengracht, ca 1890 (Foto-detail: S. Herz, Beeldbank Amsterdam)

 

 

Bijna levensgroot

 

Martin Kalff schrijft op 1 januari 1873 in ‘Het Leeskabinet, mengelwerk tot gezellig onderhoud voor beschaafde kringen’ over de leeuwen bij de Korte Prinsengracht: “Op den eindpenant prijkt viermaal het Nederlandsche, op het oostelijk gedeelte van het landhoofd tweemaal het Amsterdamsche wapen, vastgehouden door bijna levensgroote leeuwen, gebeiteld in Uedelfanger steen. Hunne bewerking verraadt eene kunstvaardige hand en doet den heer H. Geelen te Roermond alle eer aan.”

 

 

                             In 1922 verdwenen deze leeuwen vanwege uitbreiding van het spoorwegennet. Een treinreiziger

                             noteerde dat ze langs het spoor in het zand waren gezet; sindsdien ontbreekt ieder spoor..

 

                             Udelfanger behoort niet tot de hardste soort zandsteen en binnen de Udelfanger-variant bestaan

                             kwaliteitsverschillen. Uit de praktijk is gebleken dat in de buitenlucht de steen, afhankelijk van de 

                             kwaliteit, 50-200 jaar meegaat. Misschien waren de beelden na een halve eeuw in weer en wind te

                             hebben gestaan, té verweerd om nog elders geplaatst te kunnen worden. Anno nu, 2017, zouden

                             de leeuwen bijna 150 jaar oud zijn…

 

                             NB: de grotere leeuwen die het CS flankeerden, zijn uit een hardere zandsteenssoort gehakt.

 

 

 

                                                                                                                           prentbriefkaart, 1903

 

 

 

 

 

Mahie te Stapelen

 

Terug naar de familie Mahie van het kasteel Stapelen te Boxtel. De koper van het kasteel in 1857, Jan Hendrik ofwel Johannes Henricus Mahie, overleed in 1871, zijn weduwe Gertrudis Antonia van Son in 1876. Kort na haar overlijden probeerden de erfgenamen het kasteel te verkopen aan ‘eene uit Duitschland gekomen geestelijke orde’. Dat heeft geen doorgang gevonden want in 1888 wordt in een krant over een perceel weiland geschreven “toebehoorende aan en gelegen nabij het kasteel ‘Van Stapelen’ van den heer Mahie aldaar.”

 

De heer Mahie (Gerardus Henricus Joannes, zoon van de koper) bleef niet ‘aldaar’, want in 1899 werd in een krant gemeld dat “Het kasteel van Stapele, dat een 7-tal jaren onbewoond is geweest wegens het vertrek van den eigenaar, den heer G.Mahie, heer van Boxtel en Liemde, naar Brussel’ weer betrokken zou worden door de teruggekeerde familie.

 

Gerard Mahie stelde zich na zijn terugkeer sociaal op. Hoewel hij zelf protestants was, stelde hij een kapel bij het kasteel waaraan een mythe verbonden was, open voor een jaarlijkse RK-processie. Een bericht uit 1903 maakte gewag van de aankoop van een gevangen kolossale karper (22,5 kilo) die Mahie losliet in de slotgracht (een zijtak van de Dommel). “Daar de schoone visch blijkbaar vol kuit zat, acht men voortteling in dit geschikt water best mogelijk.”

 

De bijna 60-jarige beeldhouwer Henri Geelen vehuisde in 1897-98 van Roermond naar het nabij Boxtel gelegen Berlicum en –dit is natuurlijk speculatie- wilde misschien een deel van zijn verzameling modellen van de hand doen, bijvoorbeeld omdat hij stopte met de levering van stenen beelden. Een gelegenheid waarbij Mahie mogelijk in bezit gekomen is van de leeuwtjes zonder ingevuld wapen. Mahie overleed in 1906.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Tentoonstelling Kunst op Stapel in de tuinen van Kasteel Stapelen, Boxtel

 

zomer 2017

 

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

 

Startpagina Kunst op Stapel