In Search of Meaning

 

Mensbeelden in globaal perspectief

 

 

Museum De Fundatie, Zwolle

 

winter 2015

 

 

 

 

 

 

Panta rhei

 

In de eerste helft van de vorige eeuw was Parijs het centrum van de kunsten in de westerse wereld. Vanuit vele landen kwamen kunstenaars naar de Franse hoofdstad en brachten omwentelingen teweeg -ook in de beeldhouwkunst- denk aan Pablo Picasso, Constantin Brancusi, Ossip Zadkine, Jean Arp, Jacques Lipchitz, Alexander Calder, Man Ray, Alberto Giacometti en vele anderen. Modernisme in de vorm van geometrische abstractie had ook wortels in Nederland: Piet Mondriaan (die ook naar Parijs vertrok), Theo van Doesburg, Gerrit Rietveld, Bart van der Leck waren wegbereiders.

 

Na de Tweede Wereldoorlog was Parijs / Europa de voortrekkersrol kwijt, kunstenaars uit de VS als Naum Gabo, Isamu Noguchi, George Rickey, Sol LeWitt, Donald Judd en Carl Andre namen nu het voortouw. Vanuit de VS werd het abstract expressionisme, pop-art en minimalisme geďntroduceerd in Europa, en hoewel de Fransman Marcel Duchamp de eerste conceptuele kunstenaar was, kwam het conceptuele idee vooral tot ontwikkeling in de VS.

 

De tweede helft van de 20e eeuw stond de kunst in de westerse wereld in het teken van abstractie. Ontwikkelingen die al voor WOII waren ingezet culmineerden in kunstuitingen waarin afgezien werd van elke relatie tot de visueel waarneembare werkelijkheid, er werd slechts gebruik gemaakt van kleur, lijn en vorm. Maar aan het einde van de eeuw kwam de omslag terug, figuratie heroverde het tableau onder de noemer ‘De nieuwe figuratie’.

 

 

 

 

 

 

Figuratieven vs Abstracten

 

In Nederlandse beeldhouwerskringen ging de omslag naar abstracte kunst in de tweede helft van de vorige eeuw niet zonder slag of stoot. De figuratieve beeldhouwkunst floreerde in de jaren kort na de oorlog vanwege de grote vraag naar oorlogsmonumenten. Maar op de Rijksacademie en bij de gezaghebbende Nederlandse Kring van Beeldhouwers (NKB) rommelde het begin jaren vijftig, er ontstond wrijving tussen de ‘figuratieven’ en de ‘abstracten’ onder andere vanwege de voorkeur van jury’s en beoordelingscommissies voor figuratieve kunst. Er klonken kreten als ‘je moet met je tijd meegaan’ en ‘je moet je ogen niet gericht houden op het verleden’.

 

Wessel Couzijn, de expressionistische beeldhouwer die zich na de oorlog weer vanuit de VS in Nederland vestigde, was voortrekker. Na verschillende hoogoplopende meningsverschillen stapte het bestuur van de NKB in 1954 op, Couzijn nam zitting in het nieuwe bestuur. Een reorganisatierapport later dat jaar sprak van gelijk recht doen aan verschillende artistieke groeperingen, ongeacht haar numerieke sterkte. In 1960 ging de NKB bijna ten onder door “de scherpe tegenstellingen tussen de z.g. Figuratieven en Abstracten.” Daarna was de Kring haar gezag en invloed kwijt. De voorkeur van musea en opdrachtgevers kwam meer en meer bij de abstracte kunst te liggen en de figuratie werd verdrongen.

 

Picasso: “There is no abstract art.  You must always start with something figurative.”

 

 

 

 

 

 

Emotie vs Constructie

 

Piet Esser was van 1947-1979 hoogleraar beeldhouwkunst aan de Rijksacademie in Amsterdam. Hij had de omslag van figuratie naar abstractie van nabij meegemaakt. Hij bleef trouw aan de figuratieve beeldhouwkunst en ondervond dat zijn werk ouderwets gevonden werd. Esser in 2004: “Het figuratieve beeld staat niet meer in het centrum van de belangstelling, het geldt als passé. De moderne beeldhouwers zijn constructeurs geworden. Dat is mijn vak niet meer. Wat ik op de kunst van vandaag tegen heb, is dat het zo vaak bedenksels zijn. Alles draait nu om originaliteit, er zit geen passie in. En voor mij is de kunst juist altijd verbonden geweest met emotie. [..] Ik verwacht dat de beeldhouwkunst die geďnspireerd is op de mens wel weer terugkomt.. [..] Dat is de hoop zonder welke ik niet kan leven.”

 

 

Omslag

 

Maar in Amsterdam had de terugkeer naar de figuratie in de kunst in de openbare ruimte zich al tien jaar daarvoor voltrokken. Op deze site zijn ruim 600 beelden uit de openbare ruimte van Amsterdam opgenomen (www.buitenbeeldinbeeld.nl/Amsterdam). De eerste abstracte beelden werden eind vijftiger en in de zestiger jaren geplaatst. In de twee daaropvolgende decennia was er een hausse aan abstracte kunst in de openbare ruimte, maar in de jaren negentig zakte het snel in; na 1995 zijn nog maar enkele abstracte werken aan de collectie in de buitenruimte toegevoegd. In al die jaren is de figuratieve kunst nooit helemaal weggeweest, ook in de jaren zeventig en tachtig verschenen er mensbeelden in de hoofdstad.

 

 

 

 

 

 

Mensbeeld

 

In Europa en de VS viel eind vorige eeuw overal terugkeer naar de figuratieve kunst waar te nemen en inmiddels is het mensbeeld weer helemaal terug in de westerse beeldhouwkunst. Onder meer de tentoonstelling ‘Figuurlijk’ in 2012 liet die hernieuwde belangstelling zien. Deze expositie ‘In Search of Meaning’ in de Fundatie toont een selectie aan mensbeelden uit twee werelden: beelden van vijftien kunstenaars uit West Europa en van een kunstenares uit Noord Amerika (Nederland, België, Engeland, Duitsland, Spanje en de VS), naast beelden van vijf kunstenaars uit Oost Azië (China, Z-Korea, Indonesië en India). In de Aziatische wereld is het mensbeeld nooit weggeweest.

 

 

Mens-zijn

 

Met een mensbeeld kan de kunstenaar universele vragen naar het ‘zijn’ stellen. Wie ben ik, wie zijn wij en waarom zijn we zoals we zijn, hoe zijn we zo geworden, hoe verhouden we ons tot anderen, wat is de zin? Naar deze levensvragen verwijst de titel van de tentoonstelling: ‘In Search of Meaning’. Samensteller van de expositie: Anne Berk.

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Tentoonstelling ‘In Search of Meaning’, Mensbeelden in Globaal Perspectief

 

Museum De Fundatie, Zwolle, winter 2015

 

Foto’s: februari 2015

 

 

 

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

 

Startpagina Mensbeeld