Directoraat Fuchs

 

 

‘Opwinding’, een keuze uit de museale aankopen van en door Rudi Fuchs

 

Stedelijk Museum Amsterdam, zomer 2016

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rudi Fuchs door Karel Appel, 2005 (niet op de expositie)

 

 

 

                                                      Treffen zu Ehren des dogmatischen Bildes (detail); de Telegraaf, 12 juni 1992

 

Aankopen

 

De tentoonstelling ‘Opwinding’ is samengesteld door Rudi Fuchs. Fuchs is oud-directeur van het Van Abbemuseum (1975-1987), het Gemeentemuseum (1988-1993) en het Stedelijk Museum (1993-2003). Bij zijn terugtreden heeft Fuchs de afscheidstentoonstelling ‘Tot zover’ samengesteld met een keuze uit zijn aankopen voor het Stedelijk; nu laat hij, als een soort tweede afscheid, een keuze zien uit al zijn aankopen, met een aantal toevoegingen van elders. Deze webpagina’s doen verslag over de sculpturen op deze expositie.

 

Een aantal uitspraken van Fuchs over zijn aankopen: “Ikzelf heb helemaal geen smaak. En zeker geen ‘goede smaak’.”   “Ik heb altijd iets gekocht omdat het goed was, ook al was het misschien niet ‘smaakvol’.”   “Ik had Georg Baselitz leren kennen, was over hem gaan nadenken, en op een gegeven moment begon zijn schilderkunst deel uit te maken van de manier waarop ik naar andere dingen keek. [..] Als iets onweerspreekbaar deel wordt van je hoofd, moet je het kopen.”   “Ik kocht Robert Mangold, niet omdat ik hem kende, maar omdat ik dacht: ‘Godverdomme, hier begrijp ik helemaal niks van.’ Ik voelde dat zijn werk iets ging worden.”   

 

 

 

 

Een boeket uitspraken van Rudi Fuchs over kunst, kunstenaars en kunst kijken:

 

“Kunst is een verheven zaak en moet hermetisch afgezonderd van de buitenwereld worden gepresenteerd.”

 

“Een kunstwerk is gemaakt voor de individuele beschouwer, het is een bij uitstek intiem voorwerp.”

 

“Kijken is al moeilijk genoeg, kijken naar iets dat nog niet eerder te zien was, leidt automatisch tot onbegrip, of erger: tot afwijzing.”

 

“Ik denk dat men een kunstwerk slechts langzaam kan leren kennen; er is tijd voor nodig, een zekere stilte en afzondering en herhaling in de kennismaking.”

 

“Cultuur is eigenlijk altijd kleinschalig, zelden eclatant, en van heel lange adem.”

 

“’Goede smaak’ is het grootste gevaar voor kunst, het is bijna het tegengestelde van cultuur. Cultuur is veel meer dat gerommel, dat voortdurende geborrel, die vervelende dingen, terwijl ‘goede smaak’ altijd een code is.”

 

“Ik wil niet in een trend trappen. Op het moment dat iedereen iets mooi gaat vinden, rinkelt er bij mij een belletje.”

 

“Schoonheid is goed voor industriëel design maar niet voor kunst. Dat is te riskant. Een kunstenaar moet de schoonheid meester weten te blijven.”

 

“Het is de taak van de kunstenaar zich zoveel mogelijk aan de smaak te onttrekken.”

 

“Er zijn mensen die met elke mode meelopen. Voor die mensen, die iets niet kunnen vasthouden, heb ik totaal geen respect.”

 

“Kunst ondermijnt vooroordelen. Ze ondergraaft vaste patronen.”

 

“Kunst moet regels overtreden. Een kunstenaar zoekt het onvoorstelbare. Dan moet je dingen doen die niet kunnen”

 

“Kunst moet controversioneel zijn, verontrustend. Wij hebben voortdurend kunstenaars nodig die ons verontwaardigd en boos maken.”

 

“Geen kunstenaar weet waarom hij de dingen doet zoals hij ze doet. [..] Een kunstenaar doet dingen omdat hij niet anders kan. Dat klinkt heel banaal, maar zo is het.”

 

    

 

 

 

 

 

                                You forgot to kiss my soul door Tracey Emin, 2001 (collectie Stedelijk Museum Amsterdam)

 

 

Opwinding

 

Na zijn aantreden als directeur bij het Haags Gemeentemuseum, maakte Fuchs in 1988 een tentoonstelling onder de titel ‘Verzameling aan Zee’ met werken uit de vaste collectie. Bij die gelegenheid schreef hij in de NRC van 8 juli onder andere over zijn weerstand tegen opwinding in een museum: na eerst educatiedrift genoemd te hebben als belemmering voor de activiteiten van een museum, vervolgde Fuchs:

 

          

 

Wie mij in huis haalt moet accepteren dat er geen lange rijen voor het museum zullen staan. Kunst is niet gezellig“

 

Het lijkt dat Fuchs met ‘tongue in cheek’ zijn expositie nu ‘Opwinding’ heeft genoemd. Hij verklaart in een essay bij de tentoonstelling dat de titel verwijst naar de opwinding van het ontdekken en beter leren kennen van dingen. En: “Ik ben ook kunsthistoricus. Die wijze van benadering (de dingen in breder verband te willen zien en met meer afstand) maakte dat je nooit helemaal in je opwinding ging geloven. Na de opwinding van iets te zien wat je nooit eerder had gezien, kwam er een weer andere opwinding, die die van daarvoor in een ander daglicht stelde. Dan ontdekte je bepaalde voorkeuren bij jezelf.”

 

 

 

 

Opwinding: Fuchs wilde september 1994 voor het Stedelijk bovenstaand werk van Bruce Nauman voor acht ton aankopen en omdat het geld voor dat jaar al op was, daarvoor het budget van 1995 alvast aanspreken. Maar de verantwoordelijke wethouder ging niet akkoord met dit voorschot op de toekomst. Bij zijn vorige directoraten had Fuchs grote schulden en een aftredende wethouder achtergelaten. Fuchs: “Alles wat met mij en geld te maken heeft, roept een zekere gevoeligheid op” (NRC 13-9-1994). In 1995 is het werk alsnog aangekocht.

 

 

 

 

 

 

Eigen generatie

 

Rudi Fuchs had een grote voorkeur voor kunstenaars van zijn generatie, het is hem vaak verweten. Eerst richtte hij zich vooral op de Amerikaanse conceptuele kunst (o.a. Donald Judd, Carl Andre, Sol LeWitt), daarna op de eerste Duitse neo-expressionisten (o.a. Georg Baselitz, A.R. Penck, Markus Lüpertz) en op het Italiaanse arte-povera (o.a. Jannis Kounellis, Mario Merz, Luciano Fabro). 

 

Terugkijkend op zijn directoraat bij het Van Abbe in Eindhoven zei Fuchs (NRC, 8 juli 1987):

“Ik ben meegegroeid met een generatie jonge kunstenaars en nu is de tijd aangebroken dat er opnieuw iemand met een jonge generatie aan de gang gaat.”

 

Een paar maanden eerder stelde hij over de moderne kunst (NRC, 28 maart 1987): “Over enige jaren is het afgelopen. De kunstenaars van mijn generatie hebben haar tot grote hoogte opgevoerd, tot het summum van rijkdom en doorwrochtheid. Maar ze hebben een cirkel dichtgemaakt. Alles zit daar in: abstract, conceptueel, geometrisch, expressionistisch, mythologisch. De jonge generatie nu, die heeft werkelijk problemen. Waar kunnen ze nog door de muur heen?”

 

Twee jaar later nuanceerde hij deze uitspraak (NRC, 17 maart 1989). Het ging hem toen om de moderne kunst als stijl, niet om de aankondiging van het einde van serieuze kunst schreef Fuchs. En hij bedoelde dat het opschuiven van de generaties uiteindelijk zou leiden tot volstrekt andere artistieke standpunten en overwegingen. “Inmiddels is Het Varken onder ons verschenen” [van Jeff Koons in het Stedelijk].

 

Fuchs zag zijn tijdgenoten als volgt (NRC, 29 september 1989): “Ryman is intussen onze Matisse, Judd onze Brancusi, Nauman onze Léger, Beuys onze Mondriaan, en Baselitz misschien wel onze Picasso.”

 

Op het verwijt dat hij zich steeds op dezelfde kunstenaars richtte -velen waren zijn vrienden geworden-, reageerde Fuchs verbolgen (Nieuwsblad van het Noorden, 16 november 1992): “Dat is niet waar. Ik laat bepaalde kunstenaars wel steeds terugkeren, maar dat heeft te maken met bepaalde sleutelervaringen. Kunstenaars betekenen iets voor je en dat verdwijnt niet zomaar. Maar dat je aan bepaalde kunstenaars veel waarde toekent, betekent niet dat je andere kunstenaars niet presenteert. Dat vind ik een geborneerd soort denken. Als ik iets goed vind of belangrijk, is dat niet voor vijf jaar. Dat is dan blijvend.”

 

 

 

 

                                        I promise to love ya door Tracey Emin, 2007 (collectie Museum Voorlinden, Wassenaar)

 

 

Overtuigt het?

 

Faam maakte Rudi Fuchs met zijn wijze van presenteren, het sleutelwoord is daarbij ‘dialectiek’. De dialectische confrontatie van kunstwerken heeft tot doel ze uit hun eigen stilistische geborgenheid te halen, aldus Fuchs in de catalogus-inleiding van zijn afscheidstentoonstelling in het Van Abbemuseum, 1987. Hij toonde in zijn exposities combinaties van werken die doorgaans niet met elkaar in verband gebracht worden. Het effect was dat er met een nieuwe blik naar gekeken werd.

 

In Trouw van 6 november 2003 vertelde Fuchs dat zijn nieuwe manier van exposeren voortkwam uit een praktisch probleem: “Jonge mensen zijn fris en hebben ideeën, maar daar wordt soms ook te veel waarde aan gehecht. In het Van Abbe hing ik een Mondriaan naast een Sol LeWitt, dat was nog nooit vertoond, men vond het shockerend, maar ik kwam op dat idee omdat ik anders de zalen niet gevuld kreeg. De collectie was niet toereikend, heel banaal. Maar we gingen het vaker doen omdat een Mondriaan naast bijvoorbeeld een Struycken heel anders ging spreken. Het is net als met een servies. Als je te kort komt, ga je dat uit armoede combineren met andere borden, maar het totaalresultaat kan veel mooier worden.''

 

In het Stedelijk resulteerde zijn wijze van presenteren in een aantal ‘Coupletten’: een combinatie en verweving van werken uit tijdelijke tentoonstellingen met werken uit de vaste collectie. Het zorgde voor harmoniën en contrasten. De Coupletten waren niet gebaseerd op chronologie, stijlen of groepen maar op associatie en intuïtie, op subjectieve keuzes, zodat er “merkwaardige, interessante connecties ontstaan die een nieuw licht kunnen werpen op een kunstwerk.”

 

De NRC (11 februari 1994) schreef in dat verband dat er geen regels zijn over de omgang met kunst.

“Alles mag en alles kan. Het enige criterium is: overtuigt het?”

 

 

 

 

 

 

Zonder titel

 

In de tentoonstelling heeft Fuchs bewust de titels van de werken weggelaten want hij hoopt de kijker daarmee beter te laten kijken. “Je denkt dat je al die informatie nodig hebt, maar die titelkaartjes leiden alleen maar tot tunnelvisie. De meeste mensen lezen die eerst en gaan dan naar het werk kijken of het klopt. [ ..]  Zelf kijken, zonder inkleuring vooraf, is erg belangrijk. Als je zonder titel kijkt, ontdek je veel meer dingen. [..]  Bovendien, de helft van de kunstwerken hier heet ‘zonder titel’, dus zo’n gemis is het niet."​

 

 

 

                               

 

 

 

 

 


 

Stedelijk Museum, Amsterdam,

 

Foto’s: juni 2016

 

 

 

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

 

Startpagina Opwinding, de keuze van Fuchs