Vincent van Gogh

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vincent van Gogh door Joseph Mendes da Costa, 1914

 

Op de sokkel staat ‘Mijn God mag het.’ Het beeldje is gegoten in een oplage van dertien.

 

 

Poppetje

 

De kunsthistoricus H.P. Bremmer (1871-1956) gaf in 1907-1908 aan Mendes da Costa de opdracht twaalf bronzen beeldjes te maken van historische of legendarische figuren in de filosofie, theologie, kunst en literatuur. De beeldjes zouden in een beperkte oplage gegoten worden. Mendes da Costa nam de opdracht aan, maar realiseerde uiteindelijk maar vier beeldjes: Vincent van Gogh, Spinoza, Jan Steen en St. Francis of Assisi.

 

Hij nam veel tijd om over het leven en werk van de belangrijke figuren te lezen. Aan zijn opdrachtgever schreef hij na het lezen van de brieven van Van Gogh:

 

"Ik zal trachten te maken den eind indruk die ik kreeg na het lezen van dit stuk leeven, namelijk het moment van uiterste inspanning gedurende de arbeid, de snik en bede 'O, God, mag't.' Ik voel dit moment door Van Gogh's heele leven doch in het bijzonder als schilder. Ik hoop dat 't mij gelukken mag, in deze barre tijden dit moment in een poppetje te geven"

 

 

 

 

 

Een japon voor een beeld

 

De ouders van Dick Hannema, stichter van de collectie van de Fundatie, kochten een exemplaar. De verzamelaar beschreef het moment dat zijn moeder terugkwam van een kunstles bij H.P. Bremmer met onder haar arm de nieuwe aanwinst. “Vinden jullie het niet ongelooflijk mooi? Zie die soberheid en monumentale eenvoud. Hannema, jij moet de rekening voldoen.” Haar man antwoordde: “Of ik dat niet dadelijk begrepen heb. Weet je Minnie, wat jij eigenlijk moest doen? Een japon minder in Brussel kopen en dan dat bronsje betalen. Mooi is het zeker.”

 

Het beeldje kostte destijds 450 gulden, naar huidige maatstaven ca 3000 euro. Tussenpersoon H.P. Bremmer die de beeldjes aan zijn cursisten verkocht, kreeg zijn exemplaar voor 300 gulden.

 

 

 

                  

 

                                                                  H.P. Bremmer in zijn werkkamer (detail) door Rudolf Bremmer, 1955

 

 

 


 

Joseph Mendes da Costa (1863-1939)

 

Joseph Mendes da Costa was een zoon van een matseiwe-houwer, een steenhouwer van (joodse) grafmonumenten, en zonder twijfel heeft dit voorbeeld hem en ook enkele andere verwanten ertoe gebracht hetzelfde ambacht te leren om zich daarna als zelfstandig scheppend beeldhouwer te vestigen.

 

De legendarische beeldhouwer Jan Bronner was in 1914 benoemd tot docent aan de Amsterdamse Rijksakademie en in die tijd begonnen de beeldhouwers in Nederland zich te ontwikkelen van ambachtslieden tot kunstenaars. Joseph Mendes da Costa en Lambertus Zijl waren de eersten die naast hun toegepaste werk ook vrije beelden maakten.

 

Mendes da Costa is de wegbereider geweest voor de 20e-eeuwse kunst in Nederland, doordat hij als eerste beeldhouwer een monumentale, symbolistische stijl van strakke lijnen en heldere vlakken ontwikkelde.

 

Wikipedia     

 

 

 

 

                              Mendes da Costa in zijn atelier, 1903 (Foto: door Sigmund Löw, collectie Rijksmuseum)

 

 

 


 

Kasteel het Nijenhuis te Heino, museum de Fundatie

 

Foto’s: juli 2012

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

 

Startpagina Beelden in Museum de Fundatie