Wederhelft

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Echtgenote door John Raedecker, 1930

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                                                                                                        De Telegraaf, 3 januari 1933

 

Grootsche plastiek

 

In bovenstaand krantenartikel uit 1933 wordt het werk van Raedecker zeer positief gerecenseerd. Een paar citaten:

 

“De figuur van John Raedecker is in onzen tijd zoo iets machtigs, zijn werk is zoo oorspronkelijk en de geest die er uit spreekt, zoo zeldzaam, dat ik niet aarzel den naam van den grootmeester der Italiaansche Renaissance [Michelangelo] hier te noemen.”

 

[..] daarbij is het toch de plastische kracht zelf, die het wonder bewerkt. De nadruk, op sommige vlakken vallend door de toewending naar het licht, zoowel als door de overdrijving der proporties, versterkt altijd de uitdrukking van bezinning, van peinzen en droomerij.”

 

“Als alle waarlijke geestelijke kunst staat zij tusschen het realisme en de abstractie, en de vormen, hoe schijnbaar fantastisch ook, zijn door het karakter der inspiratie verantwoord.”

 

“In de enkele portretbustes, zooals die van zijn vrouw en van mr. Smeenge, toont de zoo sterk persoonlijke kunstenaar objectief te kunnen zijn, in voldoende mate om wat men noemt de gelijkenis te doen uitkomen.”

 

 

 

 

 

 

 


 

John Rädecker (1885 – 1956)

 

Wikipedia

 

John Raedecker of Rädecker was een van de belangrijkste beeldhouwers van de jaren ’20 en ’30 en werd in zijn tijd beschouwd als de ‘grand old man’ van de Nederlandse beeldhouwkunst. Hij was een virtuoos hakker in steen; ‘niemand kan zo’n huid hakken als John’ zei Mari Andriessen over hem. Zijn beelden zijn vaak grof van vorm, de nadruk ligt op sensitiviteit en sensualiteit. Hij wordt tot de Amsterdamse School gerekend maar bracht een groot deel van zijn leven door in het Noord Hollandse Groet.

 

De start van zijn carrière was minder. Een citaat uit ‘De Tijd’ van 26 nov 1966: “Hoewel Raedecker reeds vrij vroeg ontdekt is zowel door Plasschaert als Bremmer, kreeg hij pas tegen zijn veerstigste jaar wat meer werk. Daarvóór was het doorgaans bittere armoede en leven van klusjes met het snijden van ornamenten voor meubelen. Zijn uitdrukking: “We eten morgendauw op het brood bij ons ontbijt”, tekent hoe poëtisch de ellende werd opgevat.”

         

 

           Het echtpaar Rädecker door Charley Toorop,

                                                                            1935/1938

 

 

 

 

                                                                                     Bruikleen van Alphonsine Raedecker

 

 

 


 

Beeldenpark De Havixhorst

Eigen collectie

 

Figuratieve beeldhouwkunst uit de 20e eeuw

 

 

 

Foto’s: augustus 2015

 

 

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

 

Startpagina De Havixhorst