Dokwerker

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dokwerker door Mari Andriessen, 1951

 

Het beeld, 68 cm hoog, is een  voorstudie van het beeld op het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam, het monument ter nagedachtenis van de Februaristaking in 1941. De figuur in deze voorstudie draagt geen pet, in tegenstelling tot het uiteindelijke beeld.

 

 

Februaristaking

 

Op 25 februari 1941 sloeg in bezet Nederland de vlam in de pan. De anti-joodse maatregelen die de Duitsers troffen, veroorzaakten in de hoofdstad een enorme rel. Op 22 februari werden 425 joden opgepakt, de eerste veewagons gingen richting Duitsland. De communistische arbeiders riepen op tot een staking, die massaal werd opgevolgd door de Amsterdamse havenarbeiders, balensjouwers en jongens van de huizenbouwerij. Uniek is dat deze staking een verzetsdaad was van de niet-joodse bevolking tegen de jodenvervolging.

 

 

 

 

                                        zonder pet

 

Model

 

Tien jaar na de staking op 25 en 26 februari 1941 kreeg beeldhouwer Mari Andriessen van het Amsterdamse stadsbestuur de opdracht een beeld te maken ter herinnering aan de memorabele actie. Andriessen vroeg aan de Haarlemse timmerman en aannemer Willem Termetz of hij wilde poseren voor het beeld. De Haarlemmer had precies de lichaamsbouw die Andriessen voor ogen stond bij het maken van dit prestigieuze monument.

 

Andriessen: “Ik wist onmiddellijk dat ik de februaristaking niet zou uitbeelden door een groep mannen, maar die zou symboliseren door één enkele forse mannenfiguur, een Amsterdamse dokwerker, die dreigend naar voren komt. Bekijk zijn handen, er zit kracht in deze grijphanden, gereed om tot daden te komen. Het bovenlichaam is robuust, niet corpulent: deze mannen worden namelijk niet dik. Door de voortdurende zware lichaamsbeweging is de romp sterk en soepel.”

 

Andriessen maakte in totaal vier studies voor het beeld, twee zijn verloren gegaan. In de eerste drie ontwerpen had de man een knuppel in de hand, maar met deze probeersels was hij niet tevreden. Voor de vierde studie vroeg hij Willem Termetz.

 

Termetz was 38 jaar toen hij poseerde; de Dokwerker is minstens tien jaar ouder. Net als het eerste Termetz-ontwerp heeft de uiteindelijke versie een pet op. De versie in deze tentoonstelling staat bloothoofds. In 1952 werd het definitieve ontwerp naar een gieterij in Parijs gestuurd. Daar werd het 1,40 m hoge beeld, met behulp van een naald die het origineel aftast, op ingenieuze wijze vergroot tot ruim 2,5 meter.

 

 

 

 

                                        twee voorstudies

                                (collectie Museum Beelden aan Zee, tentoongesteld in de Openbare Bibliotheek Amsterdam, zomer 2013)

 

 

 


 

Mari Andriessen (1897–1979)

Andriessen studeerde aan de Haarlemse School voor Kunstnijverheid van 1912 tot 1916 en vervolgde zijn opleiding op de Rijksacademie voor Beeldende Kunst in Amsterdam (1917-1923). Hij voltooide zijn studie op de Akademie der Bildende Kunst in München waarna hij zich definitief in Haarlem vestigde.

 

 

 

  Door zijn vriend en collega-beeldhouwer Frits van Hall kwam hij in een literaire kring terecht waarvan o.a. Godfried Bomans, Lodewijk van Deyssel, C.J. Kelk, Adriaan Roland Holst en Jan Slauerhof deel uitmaakten. Ook met zijn collega's Hildo Krop en John Raedeker onderhield hij door zijn lidmaatschap van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers (1925) vriendschappelijke banden.

 

In de begintijd van zijn carrière kreeg hij door zijn katholieke afkomst opdrachten van kerken en woningbouwverenigingen voor het maken van beelden met bijbelse onderwerpen en gevelstenen. Veel leverde dit evenwel niet op; de familie leefde in armoede. Maar zijn bekendheid groeide waardoor er ook van buiten de rooms katholieke kring opdrachten kwamen. Rond 1930 kon hij zijn gezin van de opbrengsten van zijn kunst onderhouden.

 

Andriessen in zijn atelier

 

 

 

In de oorlogsjaren 1940-1945 weigerde Andriessen een afstammingsverklaring te tekenen waardoor hij verstoken bleef van officiële opdrachten. Zijn vriend Van Hall kwam in een Duits concentratiekamp om; Andriessen koos voor het ondergrondse verzet. Na de oorlog ontstond grote vraag naar herdenkingsmonumenten. Andriessen werd de meest gevraagde kunstenaar voor oorlogs- en verzetsmonumenten. Zijn scheppingen staan over heel Nederland verspreid met als hoogtepunt "De Dokwerker" op het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam (1952, brons) dat herinnert aan de stakingen tegen de deportatie van joden in februari 1942.

 

 

 

 

 

Zijn roem breidde zich uit. Opdrachten voor grote monumenten ter ere van gedenkwaardige landgenoten volgden. Ir. C. Lely op de Afsluitdijk (1953, brons), Albert Plesman in Den Haag (1958, brons). Ondanks vernieuwingen in de beeldhouwkunst bleef Andriessen werken in de stijl waarin hij het beste was: heldere beeldopbouw en herkenbaarheid van zijn onderwerpen. Andriessen werd in 1956 geëerd met de prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet 1940-1945. Sinds 1967 ontving hij van het Rijk een jaarlijks eregeld. Hij stierf op 82 jarige leeftijd.

 

 

 


 

Ansichtkaarten

 

 

            

 

                  zestiger jaren; de uiteindelijk versie in Amsterdam

 

 

 


 

Beeldenpark De Havixhorst

Collectie Museum Beelden aan Zee

 

Nederlandse figuratieve beeldhouwkunst uit de 20e eeuw

 

 

Foto’s: augustus 2010

 

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

 

Startpagina De Havixhorst BaZ

 

 

Startpagina De Havixhorst Eigen collectie