Henry Moore

 

   Tate Britain en Tate Modern, Londen 2013

 

 

 

 

                                                                                                                         

 

Walk through British Art

 

De Engelse Tate (Gallery) heeft vier vestigingen waarvan twee in Londen: de Tate Britain en de Tate Modern. De Tate beheert de nationale collectie Engelse kunst en de collectie internationale moderne en hedendaagse kunst. De Tate Britain biedt van 2013 tot 2023 een ‘Walk through British Art’, een chronologische wandeling door Engelse kunst uit de eigen collectie. Een circuit door twintig zalen laat 500 jaar kunst zien in 527 werken, van 1540 tot 2013, niet per stroming maar per tijdsperiode.

 

Henry Moore is met vroeg werk, twee maskers, vertegenwoordigd in de zaal met kunst uit het begin van de vorige eeuw, maar ook in andere zalen van de doorloop met werk uit de dertiger, veertiger en vijftiger jaren. Daarnaast zijn twee grote zalen buiten de doorloop permanent gewijd aan veelal monumentaal werk van Moore uit de vijftiger en zestiger jaren. De Tate Modern heeft najaar 2013 ook twee werken van Moore opgesteld in de presentatie van de eigen collectie. Het totaal biedt een overzicht van het werk van Henry Moore zonder dat het een specifieke tentoonstelling over Moore is.

 

 

 

 

 

 

 

Beginjaren

 

Tussen beide wereldoorlogen in maakte Moore in Engeland naam als beeldhouwer. In 1928 kreeg hij zijn eerste publieke opdracht, een reliëf voor een kantoor van de Underground. In 1932 werd Moore aangesteld als hoofd van de beeldhouwafdeling van de Chelsea School of Art. Vlak na zijn huwelijk in 1929, verhuisde het echtpaar naar Hampstead waar zij zich aansloten bij een kleine avantgardistische kunstenaarskolonie. De kunstcriticus Herbert Read die in de buurt woonde, hielp Moore aan bekendheid bij het grote publiek door zijn publicaties. Read schreef al in 1934 een monografie over zijn werk. Doordat Moore deelnam aan verschillende tentoonstellingen, ook internationaal, groeide zijn reputatie en zijn naam raakte gevestigd in Engeland.

 

Vitaliteit

 

Moore als in een soort van manifest zei in het boek van Read: “Beauty, in the later Greek or Renaissance sense, is not the aim of my sculpture. Between beauty of expression and power of expression there is a difference of function. The first aims at pleasing the senses, the second has a spiritual vitality which for me is more moving and goes deeper than the senses.”

 

 

De directeur van de Tate Gallery was niet gecharmeerd van de beelden die Moore maakte. In 1938 sprak hij: “Over my dead body will Henry Moore ever enter the Tate”. Datzelfde jaar vertrok hij en zijn opvolger accepteerde in 1939 ‘Recumbent Figure’ van Moore als geschenk van de Contemprary Art Society. Van 1941 tot 1948 en van 1949 tot 1956 was Moore bovendien bestuurslid van de Tate.

 

Vanwege de oorlog evacueerde de Chelsea School of Art en Moore nam ontslag. Hij kreeg de opdracht als oorlogstekenaar te werken en hij legde de samengepakte mensen in schuilkelders en de ondergrondse vast in de zogenaamde ‘Shelter drawings’. Nadat zijn huis geraakt was door een granaatscherf, verhuisde Moore naar het platteland, naar het dorpje Perry Green Hadham in Hertfordshire, hij zou er nooit meer weggaan.

 

In 1948 won Moore de eerste prijs op de Biënnale van Venetië en daarmee was zijn reputatie ook internationaal gevestigd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gevierd en weggezet

 

Kort na de oorlog werd het dochtertje van Moore geboren en de weerslag van deze verandering in gezinssamenstelling had zijn weerslag op het werk van de beeldhouwer. Hij maakte sentimenteel aandoende moeder en kindbeelden, zijn eerste grote bronssculptuur in de openbare ruimte was ‘Family group’(1950). De daaropvolgende jaren kreeg Moore steeds meer opdrachten voor monumentale werken en hij nam assistenten aan (waaronder Anthony Caro) om zijn werk dat hij nu maakte in kleine modellen, uit te laten vergroten. Zijn populariteit onder opdrachtgevers was groot, maar zijn status onder kunstcritici en jongere beeldhouwers nam af.

 

De oorzaak was divers. Er is geopperd dat zijn werk te weinig controversiëel was, zijn oeuvre werd gekarakteriseerd als ‘a country garden of the soul’, een keurig tuintje; zijn werk straalt immer vredige rust en harmonie uit. Of misschien kwam het omdat zijn werk voorspelbaar werd, refreinen van verering van vrouwen en moeders. Er is gesteld dat Moore voor de oorlog kunst maakte en na de oorlog Moores. Zijn beelden waren ook aan inflatie onderhevig en er trad overdosering op. Moore liet de beelden in soms aanzienlijke oplagen maken en ze waren overal in de openbare ruimte te vinden. De beelden werden clichés van zichzelf schreef de Guardian in 2008. Daarbij kwam dat vanaf de jaren zestig pure abstractie in de kunst begon te overheersen en Moore’s organische werk gezien werd als conservatief en irrelevant.

 

 

 

 

 

Bij zijn dood werd Henry Moore in de algemene media alom geprezen, maar toonaangevende kunsttijdschriften besteedden nauwelijks aandacht aan het feit. De Telegraph in 2010: “Since his death, Moore’s standing has declined massively. Works that once appeared timeless and universal have come to be seen as dated, mannered, even twee. The sincerity of Moore’s political conviction has been questioned and his position as the greatest British artist of the 20th century usurped by the once marginal Francis Bacon.”

 

 

 

 

 

Herwaardering

 

Maar het belang van zijn werk wordt erkend. Beeldhouwer Sir Anthony Caro: “His success has created a climate for all of us younger sculptors and has given us confidence in ourselves which without his efforts we would not have felt.”

 

Zijn dochter Mary Moore gaf in een interview in 2008 aan dat een herwaardering van zijn nalatenschap op zijn plaats was: “He was born in 1898, and if you look at Victorian art, it was entirely narrative. He broke away from that. He was making sculpture and asking you to use your visual muscle to appreciate this shape without a narrative implied in it. He invented a language we now take for granted as part of our vocabulary.” In 2010 wordt Henry Moore bij een grote overzichtstentoonstelling in de Tate gekwalificeerd als  “radical, experimental and avant-garde”.

 

 

 

 

 

 

Een teken van de herwaardering van Moore is ook de wederoprichting van ‘The Arch’ in de Kensington Gardens in Londen. Moore schonk het kunstwerk aan de natie na een grote overzichtstentoonstelling in 1978 ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag. In 1996 bleek dat het beeld instabiel was geworden, het werd weggehaald, opgeslagen en vergeten, bijna. In 2012 is het na restauratie teruggekeerd op zijn prominente plek.

 

 

 

 

                                                                                                                                                                                    The Arch

 

 

 


 

Tate Britain, Londen

Henry Moore

 

Foto’s: november 2013

 

 

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

 

Startpagina Henry Moore in de Tate, Londen