Roger Hiorns

 

tentoonstelling in De Hallen, 2012-2013

 

 

 

 

 

 

Alchemist

 

Roger Hiorns werd in 1975 in Birmingham Engeland geboren. Voor zijn afstudeerwerkstuk aan de kunstacademie Goldsmiths College (wieg van de YBA’s, young british artists) in 1996 bestreek hij modellen van kathedralen met opgeloste cobalt- en koperzouten; de blauwe mineralen kristalliseerden uit op de kerken. Hiorns was geinteresseerd in de kracht en het systeem van de natuur verklaarde hij later. Saatchi kwam langs op de examen-presentatie en kocht zijn werkstuk. Grote bekendheid kreeg Hiorns toen hij in 2008 genomineerd werd voor de Turnerprijs. Hij had een arbeidersflat volgepompt met een oplossing kopersulfaat en de vloeistof weken laten indampen. Het resultaat was een feeërieke spelonk bedekt met blauwe kristallen, de installatie noemde hij ‘Seizure’. Hiorns beschreef dat werk als volgt: “A rational system of nature interpreted as a dialectical landscape of growth and decline."

 

Hiorns wordt wel aangeduid als een moderne alchemist. Alchemisten zochten naar manieren om vanuit alledaagse, aardse materialen het ‘hogere’ te laten ontstaan. Hiorns gebruikt alledaagse voorwerpen en tranformeert ze door ze in contact te brengen met ander materiaal zoals vuur, schuim, parfum, antidepressiva, sperma en koeiehersens of door ze te verpulveren tot stof. Hij zet processen in gang die vervolgens hun eigen loop nemen zoals het kristallisatieproces.

 

 

 

 

 

 

Transformatie door mishandeling

 

Hiorns is van mening dat voorwerpen die de mens zelf geproduceerd heeft, het leven voor een belangrijk deel bepalen of domineren. De mens is afhankelijk geworden van zijn eigen voorwerpen. Vanuit die overtuiging wil hij ‘dominante’ voorwerpen uit het leven van alledag zoals apparaten en motoren, isoleren en transformeren door ze te mishandelen (to misuse) en te ‘schofferen’ (of afbreuk doen aan: to insult). Hij wil zo de voorwerpen buitenspel zetten en de afhankelijkheidsrelatie doorbreken.

 

Hiorns in 2008: “My desire is to find an aesthetic which would eventually find its way towards a different way of thinking. There’s no way of assuming that a way of thinking might exist for the work right now, in the present, so perhaps the works are made for an interpretation that is yet to exist, maybe twenty years in the future, or a hundred years perhaps – but it doesn’t exist now…

 

I need to find a way of taking a number of things, which are prevalent in culture and try to push them aside. And I try to do it materially. At the moment I am working with objects which I try to affect through the introduction of other objects. Brain matter on engine parts, on industrial filters. These materials are cultural and specific objects, their nature and being are understood in this present period. It’s my concern to develop these objects further into the next phase, to de-nature and de-identify them. Through practiced ‘aggressions’ and misuse. My aesthetic, if it can be called an aesthetic, is a mis-use of common properties.”

 

Hiorns in 2010 over zijn fascinatie voor transformatie van voorwerpen:

 

“We are taking away our humanity to some degree with certain objects. I was always very interested in the apparatus and the misuse of apparatus as a fundamental use. It is a fundamental point within the work that I do: try to misuse objects if possible. I try to introduce misuse into the rituals of our lives perhaps, the way that we decide to orchestrate our lives. But it is also in the objects that we design for ourselves, the more objects we create for ourselves: they are entrapments to what our nature might be, our true nature. We complete our being with objects. These objects are a good example of the way we live.

 

 

De geregeld veronderstelde gedachte dat Hiorns door een voorwerp te veranderen de kijker wil veranderen, spreekt Hiorns in zijn lezingen en interviews zelf niet uit.

 

 

 

 

 

 

Ondoorgrondelijk

 

Hiorns: “I don't like explaining and being explicit. I don't make art with lots of announcements and whistles and bells.”

 

Het trefwoord dat in beschrijvingen van het werk van Roger Hiorns geregeld boven komt drijven is ondoorgrondelijk. Voor de toeschouwer zijn de installaties en beelden moeilijk te lezen. Hiorns: “Ontoegankelijkheid kan het werk goed van pas komen, al kun je niet zomaar beweren dat je werk van Mars komt en zeggen dat de ontoegankelijkheid en de heimelijke strategie ervan aan ieders behoeften zal voldoen. Je moet je wel iets kunnen voorstellen bij wat er met je werk gebeurt als de tentoonstelling voorbij is. Je wilt het werk een plek geven in het heden, maar ook in de toekomst, en dat is waar het volgens mij om gaat: een kunstenaar zou daadwerkelijk moeten proberen het kunstwerk een toekomst te bieden waarin het kan voortbestaan.”

 

In 2006 werd al in een catalogus opgemerkt: “A common trait in Hiorns’ objects is the aspect of mute indifference to the spectator, who can only query, at a distance, the strange concatention of elements before them, and muse on the obscure intent that brought them into being.”

 

 

 

 

 

 

 

Esthetiek

 

Hiorns: “I’m not looking for an aesthetic revelation in any sense. For me, making work is just a cold investigation.” En “You make artworks to communicate. I want to put some proposals into the world. As an artist you want to meet the people you’re trying to address half-way. So I guess what I’m trying to do is to container it in a sense of beauty or aesthetic pleasure.”

 

 

 

 

 

 

Geen stijl

 

Hiorns: “Eigenlijk probeer ik geen eigen stijl erop na te houden, maar als ik er een heb (omdat het nu eenmaal een soort bijverschijnsel is van mijn gedachten, en die zijn er voortdurend) wil ik het object een toekomst bieden door me te proberen voor te stellen hoe dat object er later uit zal gaan zien. Ik ben op zoek naar een manier om te overleven als kunstenaar, als iemand die werk maakt, door volslagen inconsistent te zijn. Ik vind dat je iets moet onderzoeken, onderzoek moet doen naar jezelf aan de hand van je leven.”

 

In een interview in 2008 wordt ingegaan op de materialen die Hiorns gebruikt in zijn werk -vuur, zeepschuim, kopersulfaat-. Hiorns: “The key issue is whether it’s possible to choose a material which helps in creating an isolation – an isolated object. They were all carefully chosen, through a kind of evolution, through spending time with the material. I’m not somebody who’s interested in a deliberate form or design or style. These materials – fire or foam or crystal growth – have their own autonomy and their own aesthetic, which simply takes me out of the equation.”

 

“The works are successful if they are self-contained and need nothing else. They exist by their own language.”

 

 

 

 

 

 

Vragen

 

Hiorns: “We're surrounded by codified practices consistently imposed on us by dominant objects. We're under a narrow coercion from the objects that we design for ourselves. Of course, this question is strikingly obvious: Are we a balanced society? Can we retool our objects, perhaps? What would that involve, and is it possible to transgress the continuous production of next-generation objects, to insert transgressive stimulus, the cross of semen and the light bulb, for example? To retool, simply to ask: Do we live in a society where we make objects towards the darker side of our psyche? Is it useful to continue this procedure even further, with more necessity and speed?"

 

In het koffietafelboek ‘Sanctuary’ (2012) waarin Britse kunstenaars en hun ateliers belicht worden, verklaart Hiorns: “The next stage in making artworks is to… not make things that we don’t necessarily have to make. This goes back to the reason why I don’t make certain things: because I don’t think the world particularly needs those objects”. En “Our identities aren’t necessarily tied to what we do produce. It’s actually more about what we can imagine, about the fact that we have the ability to imagine things”.

 

 

 


 

De Hallen, Haarlem

 

Foto’s: januari 2013

 

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

 

Startpagina tentoonstelling Hiorns