Aapjes

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aap met jong door Johan Coenraad Altorf, 1917

 

 

   

 

                                                               het Algemeen Handelsblad, 2 februari 1918   NB: het gaat over een andere aapmoeder met kind

 

 

 

         

 

                                                                                                                                                 mahoniehout

 

 

Fauna-beelden

 

Altorf maakte vooral beelden van dieren: aapjes, uilen en papegaaien bijvoorbeeld, hij was daarin collega van Joseph Mendes da Costa. Mendes weigerde soms opdrachten en wees de opdrachtgever op Altorf. Kunstpaus H.P. Bremmer die voor zijn beschermelingen -waaronder Mendes da Costa, Lambert Zijl, John Rädecker en Johan Altorf- opdrachten regelde, vond dat Altorf zich moest beperken tot het uitbeelden van dieren, daar lagen zijn grenzen oordeelde de kunstcriticus.

 

Johan Altorf heeft het vak van onderaf geleerd, hij is als werkman-beeldhouwer begonnen en heeft zich langzamerhand gevormd. Tussen 1894 en 1897 volgde hij avondlessen aan de Academie voor Beeldende Kunsten. Bremmer volgde de vorderingen die Altorf maakte, zo schreef hij aan een opdrachtgever in 1909: “De laatste weken ben ik veel bij Altorf op het atelier geweest om mij eens te overtuigen hoe dat werk gaat [..]. Hij begint nu veel meer te studeren, en werkt ’s ochtends veel in den dierentuin.”

 

 

 

 

                                                                                       Peinzende aap door Johan Coenraad Altorf

 

 

 

        

 

                                                                                                                                                 zandsteen

 

 

 


 

Johan Coenraad Altorf (1876-1955)

 

Website          Wikipedia

 

 

 

 

 

 

 


 

Museum Kröller Müller,  Otterlo, de Hoge Veluwe:   Wikipedia

 

Foto’s:  augustus 2017

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

 

Startpagina museum Kröller Müller

 

 

Startpagina beeldenpark Kröller Müller