Philemon en Baucis

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Philemon en Baucis door Carl Andre, 1981

 

 

Gastvrijheid

 

Het echtpaar Philemon en Baucis ontving op een dag een paar doortrekkende vreemdelingen. Ondanks hun armoede haalden ze alles uit de kast om hun onverwachte gasten te onthalen. De mannen bleken de goden Zeus en Hermes te zijn en nadat ze het verder ongastvrije dorp met uitzondering van de hut van hun gastheren door een zondvloed hadden weggevaagd, vroegen ze of Philemon en Baucis nog een wens hadden. Nou en of. Ze wilden de rest van hun leven Zeus en Hermes eren. Daarop werd hun woninkje omgetoverd tot een tempel. Verder wilden ze altijd bij elkaar blijven en samen sterven. Zo is geschied. Op een dag veranderden ze voor de tempel in ineengestrengelde bomen, een eik en een linde.

 

Het werk Philemon en Baucis is gemaakt van rood cederhout.

 

 

 

 

                                                                                                              Philemon

 

 

Priemgetallen

 

Carl Andre heeft een grote voorkeur voor priemgetallen, getallen die alleen door zichzelf (en door 1) deelbaar zijn. In 1974 maakte hij het werk ‘Twenty-Third Steel Cardinal’, 23 is een priemgetal; Palisade uit 1976 bestaat uit dertien staanders, 13 is een priemgetal; ‘97 Steel line for Prof. Laudois’ dateert van 1977, 97 is een priemgetal. Philemon en Baucis uit 1981 zijn ieder opgebouwd uit zeven balken, 7 is een priemgetal; ‘Bloody angle’ uit 1985 heeft negentien staanders, 19 is een priemgetal en het werk ‘43 Roaring forty’ uit 1988 bestaat uit drieënveertig tegels, 43 is een priemgetal.

 

Met de titel van het werk ‘First six primes’, de eerste zes priemgetallen, maakte Andre in 1991 zijn liefde voor priemgetallen kenbaar.

 

 

 

 

                                                                                                              Baucis

 

Brancusi

 

Uitspraken van Carl Andre in de NRC van 17 november 1978: “Ik ben misschien helemaal gek, maar ik zie mijn werk in de lijn van Berini, Rodin, Brancusi, en dan zet ik mijn naam aan het einde van dat rijtje.”

 

“De sokkels van het beeldhouwwerk van Brancusi zijn inderdaad zeer opvallende gegevens, maar voor mij hebben die sokkels nooit een belangrijke rol gespeeld. [..] Mij interesseerde veel meer de vertikale beweging van Brancusi, zijn gebruik van de zuil. Die ‘Eindeloze zuil’ die Brancusi in Roemenië heeft opgericht, was voor mij de grote uitdaging. Maar toen ik eenmaal een zekere afstand tot Brancusi had genomen, kon ik in principe iedere richting gaan gebruiken.

 

Hout vormde voor Brancusi een uitdaging, voor mij geldt hetzelfde. Maar ik had al snel begrepen dat ik geen bewerker van hout ben. Liever dan het te bewerken, legde ik stukken hout in bepaalde combinaties bij elkaar, zoals Brancusi in zijn werk vaak allerlei elementen met elkaar in verbinding brengt.”

 

 

 


 

Carl Andre (1935)

 

Wikipedia

 

Carl Andre hoorde tot de minimalisten, op hun werk is het motto van toepassing ‘je ziet wat je ziet’ ofwel ‘what you see is what you get’. Het ging om de vorm van het kunstwerk, er was geen inhoud. Later noemde Andre zich ‘matterist’, het ging om het materiaal waar hij mee werkte, niet alleen om de vorm.

 

Vorm en materiaal

 

Andre’s sculpturen bestaan uit een systematische ordening van ruwe materialen. Zijn werk, zegt hij, is niet een ingreep in het materiaal, maar een ingreep in de ruimte. Hij nam gestandaardiseerde houten balken of koperen platen en stapelde ze op of legde ze naast elkaar op de grond. Daarom heeft hij nooit een atelier gehad, hij bestelde de houtblokken, de platen, de bakstenen bij leveranciers en arrangeerde de gelijke delen ter plekke.

 

Andre bouwde zijn werken op zonder de bouwstenen, de onderdelen, aan elkaar vast te maken. Daarbij hield hij de menselijke maat. De onderdelen zijn (vrijwel) altijd door één persoon te hanteren. ‘Philemon en Baucis’ is opgebouwd uit blokken cederhout, een lichte houtsoort.

 

 

 

 

 

De lijnen op de grond en muren zijn onderdeel van het werk: ‘Alle schaduwen die ons zijn opgevallen in het Kröller-Müller Museum op 19 maart 2012’ door Jan Dibbets, 1969 (uitvoering 2012).

 

 

 


 

Museum Kröller Müller,  Otterlo, de Hoge Veluwe:   Wikipedia

 

Foto’s:  juli 2012

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

 

Startpagina museum Kröller Müller

 

 

Startpagina beeldenpark Kröller Müller