Generaal de Wet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Monument Christiaan de Wet door Joseph Mendes da Costa, 1915-1921

 

 

 

       

 

 

Boerengeneraal

 

De Zuid-Afrikaanse Boerenoorlog werd uitgevochten van 1899 tot 1902; de van oorsprong Nederlandse boeren verdedigden de onafhankelijkheid van hun vrijstaten tegen de Engelsen. Na afloop van de oorlog trok generaal Christiaan de Wet naar Europa om geld in te zamelen voor de weduwen en wezen uit de oorlog. Onderweg schreef hij zijn memoires, het boek ‘De Strijd tusschen Boer en Brit. De herinnering van den Boerengeneraal’ werd gepubliceerd in 1902.

 

 

 

 

 

Christiaan de Wet, rond 1900

(Foto: Wikipedia)

1915-1921

 

In Nederland ontmoette de Wet het echtpaar Kröller-Müller, ze ontvingen hem op hun landgoed op de Veluwe. Helene Kröller-Müller was onder de indruk van de charismatische man en van zijn betrokkenheid.

 

Ze gaf in 1915 aan de beeldhouwer Joseph Mendes da Costa de opdracht een monument voor de generaal te maken. De Wet was dat jaar in Zuid-Afrika gevangen gezet vanwege hoogverraad en rebellie tegen de Engelsen, de berichtgeving over de voortgang van het proces haalde de Nederlandse kranten, b.v. de Telegraaf van 23 juni 1915:

 

                                       

 

Het initiatief tot een standbeeld voor de generaal juist op dat moment, kan in hedendaagse termen een opgestoken middelvinger naar de Engelsen genoemd worden.

 

Met paard en wagen reden mw Kröller en Mendes da Costa anderhalve dag over de Veluwe om daar de beste plek voor het te maken standbeeld te zoeken. De zandige Veluwe had de Wet destijds aan het landschap van Zuid-Afrika doen denken.

 

December 1915 kreeg de Wet gratie en was hij vrij man, misschien werd er daarom geen haast meer gemaakt met het monument. Mei 1920 werd volgens de kranten acht wagonladingen hardsteen aangevoerd voor de onderbouw van het kunstwerk. De Telegraaf meldde in september 1921 dat het monument zijn voltooiing naderde.

 

Begin 1922 overleed Christiaan de Wet. Het Vaderland schrijft op 6 februari:

“Op Hoenderloo in Gelderland staat zijn standbeeld, het werk van Mendes da Costa. Het is onlangs in alle stilte onthuld, maar de Wet heeft er nog bericht van gekregen. In de verzameling van M    Kröller, aan het Lange Voorhout, kan men er het model van zien.”

 

 

 

        Uit de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant van 23-8-1922:

 

            

 

 

 

Pastiche op monument van Nelson

 

De Boeren in Zuid-Afrika waren in de meerderheid afstammelingen van de Nederlandse pioniers en kolonisten die de republieken Transvaal en Oranje Vrijstaat een halve eeuw daarvoor hadden gesticht. Vandaar dat generaal de Wet door zijn gevecht tegen de veroverende Engelsen ook in Nederland gezien werd als een volksheld. Het is misschien daarom dat Mendes naar het lijkt een pastiche heeft gemaakt op het monument van een volksheld van de Engelsen: Horatio Nelson die hoog op zijn erezuil Trafalgar Square in Londen overziet. Aan de voet van die pilaar tonen reliëfs de wapenfeiten van de Britse veroveraar.

 

Ook de voet van de erekolom van generaal de Wet verhaalt van zijn geschiedenis. De koepelvorm verwijst naar de ‘kopjes’ in het Zuid-Afrikaanse landschap, de heuvels die verdedigd werden tegen de landhonger van de ‘Engelschen’. De zestien koppen van gewapende boeren en burgers vertegenwoordigen de belaagde inwoners die onder leiding van de generaal hun land (met de door de Britten begeerde bodemschatten) verdedigden.

 

 

 

 

                                                                             de presidenten

 

 

                   

 

          Christiaan de Wet (1854-1922)                        Paul Krüger (1825-1904)                                Marthinus Steyn (1857-1916)

 

 

                                                                  

 

                                                                       Kopje met koppen: gewapende burgers met op de achtergrond een ‘kopje’

                                                                                                                              (Foto’s  uit ‘De Strijd tusschen Boer en Brit’, 1902)

 

Kopje met koppen

 

Twee van de uitgebeelde boerenstrijders laten de hoofden zien van de president van Transvaal, Paul Krüger en de president van Oranje Vrijstaat, Marthinus Steyn. Mendes had de Wet en de presidenten nooit ontmoet, hij moet gewerkt hebben naar afbeeldingen. In de memoires van de Wet staan naast het portret van de auteur, Krüger en Steyn, portretten van twee bebaarde generaals, van de eveneens bebaarde vice-president van Oranje Vrijstaat en van een besnorde rechter. Zij zijn mogelijk het voorbeeld geweest voor andere koppen. Ook heeft Mendes portretten van bevriende kunstenaars als voorbeeld gebruikt.

 

 

 

   

 

   

 

   

 

   

 

 

 

 

 

 

 

 

                     

 

 

 

   Vereeuwiging

 

          

 

 

Mendes da Costa voegde eveneens een zelfportret  toe aan de koppen, en naar het lijkt een portret van de opdrachtgeefster Helene Kröller-Müller (zie ook aardewerken maskers).

 

 

     

 

        

 

                                Inzet rechts: opdrachtgeefster Helene Kröller-Müller in 1911.

 

 

 

 


 

Joseph Mendes da Costa (1863-1939)

 

Wikipedia      

 

 

 

                              De Wet kijkt over de vlakte in de richting van zijn vaderland

 

 

 

       Bij de honderdste geboortedag van Mendes schreef De Tijd op 5 november 1963:

 

          

 

 

 

 


 

Otterlose zand; Museum Kröller Müller,  Otterlo, de Hoge Veluwe:   Wikipedia

 

Foto’s:  maart 2016

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

 

Startpagina beeldenpark Kröller Müller