Contemplatie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tempeltje van het dagelijks leven door Pjotr Müller, 1987

 

 

 

 

 

 

Gesloten en open

 

Begin jaren tachtig bouwde Müller een serie gesloten hutten, cabanes, door middel van stapeling van stenen. Hunebedden waren de inspiratiebron van de kunstenaar. “Het drong tot mij door dat deze monumenten hun kracht ontlenen aan de kracht van de stenen zelf. Niet hun bewerking, maar hun imposante vorm, hun stapeling, hun stenigheid. Zodoende ben ik gekomen tot stapelingen”.

 

De geslotenheid van de hutten geeft  het interieur mystiek, daarom noemde Müller de optrekjes ‘religieuze’ beeldhouwwerken, niet in de zin van godsdienstig, maar in het kader van tradities en mythes. Hij refereert met de cabanes naar anonieme sculpturen en bouwsels van primitieve culturen, die niet werden gemaakt binnen een artistieke, maar binnen een religieuze context. De toeschouwer kreeg rond 1983 toegang tot de bouwsels, de hutten waren vanaf dat moment niet langer een gesloten geheel, maar open en te betreden.

 

 

 

 

 

 

Paradijs

 

In het begin van de jaren tachtig stelde de Amsterdamse beeldhouwer zich een doel: “Ik nam me voor om binnen één decennium een paradijs voor mezelf te scheppen.” De barokke bouwsels die tussen 1983 en 1989 ontstonden lijken op kathedralen, pagodes en boeddhistische tempels. Maar als godshuis doen ze geen dienst, nooit. Het zijn follies die vaak op moeilijk bereikbare plekken liggen - (schier)eilanden bijvoorbeeld - en vanuit de verte tot ingetogenheid en contemplatie uitnodigen. Müller doopte het project Mijn Paradijs, een omheinde lusthof over tientallen plaatsen in Nederland verspreid.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Pjotr Müller (1947)

 

www.pjotrmuller.org                 Wikipedia

 

 

 

 

 

 

 


 

Museum Kröller Müller,  Otterlo, de Hoge Veluwe:   Wikipedia

 

Foto’s:  augustus 2017

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

 

Startpagina beeldenpark Kröller Müller