Joan Miró

 

     Rijksmuseum Amsterdam 2015

 

 

 

 

 

 

Groene buitenzaal

 

Met de grote renovatie van het Rijksmuseum (2003 – 2013) is ook de tuin rondom heringericht. Onder het motto 'verder met Cuypers' was het oorspronkelijke ontwerp van architect Pierre Cuypers uit 1884 / 1901 daarbij de leidraad. Het museum noemt het resultaat de ‘groene buitenzaal’.

 

 

 

 

 

Naoorlogs werk

 

De herinrichting van de tuinen wordt gevierd met vijf zomertentoonstellingen in evenzoveel jaren. De eerste internationale beeldententoonstelling in 2013 was gewijd aan de Engelse beeldhouwer Henry Moore (1898-1986), de tweede een jaar later aan de Amerikaan Alexander Calder (1898-1976) en in 2015 aan de Spanjaard Joan Miró (1893-1983). In de tuin zijn eenentwintig monumentale sculpturen geplaatst, in het museum worden twee werken getoond. Op de tentoonstelling van zowel Moore, Calder als de expositie van Miró was / is uitsluitend naoorlogs werk te zien.

 

De vierde tentoonstelling in de reeks zal in 2016 gewijd zijn aan de naoorlogse Italiaanse beeldhouwer Guiseppe Penone (1947).

 

 

 

 

 

 

Joan Miró

 

De Catalaan Joan Miró werd in 1893 geboren in Barcelona als zoon van een smid en juwelier. Al jong droomde hij van een toekomst in Parijs maar de Eerste Wereldoorlog hield hem tegen. In 1920 trok hij alsnog naar de Franse hoofdstad; Ernest Hemingway die hem daar in zijn eerste jaren ontmoette, schreef later dat Miró “very little money and very little to eat” had. Eenmaal op afstand van Catalonië werd Miró de sterke binding met zijn geboortestreek gewaar.

 

Hij schilderde in 1923-24 ‘Het Catalaanse landschap’, opgebouwd uit allerhande zelfbedachte weergaven - droodles avant la lettre - voor bijvoorbeeld de Catalaanse boer, het vliegtuig van de lijndienst Toulouse-Rabat en een sardientje dat een vlieg vangt. In de jaren twintig verbleef hij afwisselend in Catalonië en Parijs.

 

Surrealisme

 

In 1925 ontmoette hij André Breton die het jaar daarvoor het ‘Manifest van het Surrealisme’ had gepubliceerd. Miró voelde zich sterk aangetrokken tot het surrealisme en zijn stijl werd erdoor beïnvloed, maar hij sloot zich uiteindelijk niet bij de stroming aan om vrij te kunnen zijn in zijn ontwikkeling. Niettemin beschreef André Breton hem later als "the most Surrealist of us all’.

 

De stijl van Miró had wortels in het onbewuste, in hallucinaties veroorzaakt door honger. Over het ontstaan van het schilderij ‘Harlequin's Carnival’ uit 1924-25 vertelde Miró: "How did I think up my drawings and my ideas for painting? Well I'd come home to my Paris studio in Rue Blomet at night, I'd go to bed, and sometimes I hadn't any supper. I saw things, and I jotted them down in a notebook. I saw shapes on the ceiling..."

 

 

 

 

 

 

De maan en de sterren

 

Tijdens de Spaanse burgeroorlog verbleef Miró in Frankrijk, eerst in Parijs, later in Normandië. Miró had het moeilijk: “I was paralysed by the general feeling of terror and almost unable to paint at all... We are living through a terrible drama, everything happening in Spain is terrifying in a way you could never imagine. I feel very uprooted here and nostalgic for my country..."

 

In 1939 moest het dorp aan de Normandische kust verduisteren vanwege het uitbreken van WOII en dat was aanleiding tot de serie schilderijen ‘Constellations’. Miró: "I had always enjoyed looking out of the windows at night and seeing the sky and the stars and the moon, but now we weren't allowed to do this any more, so I painted the windows blue and I took my brushes and paint, and that was the beginning of the Constellations."  Hij zei over die periode ook: "I felt a deep desire to escape. I closed myself within myself purposely. The night, music and the stars began to play a major role in suggesting my paintings."

 

Toen de Nazi’s naderden vluchtte hij met vrouw en dochter met de laatste trein naar Parijs en vandaaruit terug naar Spanje. Na de oorlog vestigde Miró zich in Palma, Mallorca.

 

 

 

 

 

 

Beeldhouwer

 

In 1928 maakte Miró een eerste driedimensionaal werk, een uitgebreide collage. Hij assembleerde schuurpapier, touwtjes, spijkers, haar en een geometrische driehoek. Hij experimenteerde verder en taste de nieuwe dimensie af en creëerde compilaties en collages. Zo ontstond bijvoorbeeld in 1936 een ongrijpbare droom in de vorm van een assemblage van onder andere een opgezette groene papegaai, een opgevulde zijden kous, een poppenschoentje, een hoed, een kaart en een bal van kurk. In de jaren veertig maakte Miró beelden die geïnspireerd waren op zijn surrealistische schilderijen.

 

Vanaf de jaren zestig begon Miró monumentaal te werken. In zijn atelier in Mallorca maakte hij nog steeds assemblages van ‘gevonden’ voorwerpen maar transformeerde ze na uitvergroting tot solide bronzen. Ook vormde hij zelf sculpturen, werken met klei vond hij prettig. “De noodzaak te moeten vormen met mijn handen – een bal natte klei pakken en er in knijpen als een kind. Dat geeft me een fysieke sensatie die ik niet krijg met tekenen of schilderen.”

 

In de laatste tien jaar van zijn leven produceerde Miró nog honderden keramische werken. De 80-jarige kunstenaar zei tegen zijn vriend Alexander Calder in 1973: “Ik ben een oude schilder, maar een jonge beeldhouwer.” Aan het einde van zijn leven was beeldhouwen belangrijker geworden dan schilderen. Toen Miró in 1983 stierf, omvatte zijn oeuvre naast een groot aantal schilderijen, tekeningen en collages, een 400 beelden waarvan een kleine dertig beschilderd.

 

Miró is vooral bekend geworden door zijn schilderijen maar zei hij: “c’est dans la sculpture que je créerai un monde véritablement fantasmagorique de monstres vivants.”

 

Catalogus van alle beelden van Miró

 

 

 

 

 

 

 


 

Joan Miró

 

Derde zomer-expositie in een serie van vijf,

ter gelegenheid van de opening en herinrichting van de tuin van het Rijksmuseum Amsterdam in 2013

 

Foto’s: zomer 2015

 

 

 

 

 

 

                         

 

                           Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

                           Startpagina Joan Miró