Kokkelzoeker

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Clam digger door Willem de Kooning, 1972-74

De man lijkt te zijn gemaakt uit de vette klei waarin hij graaft op zoek naar voedsel

 

 

 

 

Drie beelden van Willem de Kooning op rij:  van rechts naar links: Clam digger (1972),  Large torso (1974) en Hostess (1973)

 

 

 

Willem de Kooning is de geschiedenis ingegaan als vertegenwoordiger van de abstract expressionistische schilderkunst. Korte tijd - slechts enkele jaren - heeft hij zich ook gewijd aan de beeldhouwkunst.

 

Uit Wikipedia:

 

Vanaf 1969 ging De Kooning ook kleisculpturen maken. Aanvankelijk maakte hij, na een bezoek aan het atelier van een bevriende beeldhouwer, kleine beeldjes door met de ogen dicht kleine stukken klei te kneden. Dit is terug te voeren op zijn manier van schetsen, dat hij ook met de ogen dicht deed. Zijn galeriehouder [het Stedelijk Museum: Henri Moore] spoorde hem later aan om de beelden te laten uitvergroten. De Kooning beschouwde de sculpturen, die hij eerst in dikke klei boetseerde, als driedimensionale schilderkunst. In de periode 1973/1974 brak hij voor korte tijd zelfs totaal met zijn schilderactiviteiten en maakte enkele van zijn grote sculpturen. Na terugkeer tot het schilderen sloot hij de beeldhouwfase volledig af.

 

Het Stedelijk Museum: “In totaal ontstonden er tussen 1969 en 1974 ca 25 beelden.” Het museum bezit er elf.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kokkelzoeker

 

De Clam digger lijkt te zijn gemaakt van het slik waar hij in spit. Clam digger wordt door het museum foutief vertaald met mosselraper. Mossels zijn niet te rapen want mossels zetten zichzelf vast met stevige draden. Ook leven ze niet in de modder of het zand (wat ‘clams’ wel doen), maar hechten ze zich aan voorwerpen of op elkaar en vormen zo mosselbanken. De werkers die in het verleden handmatig mossels oogstten heten dan ook mosselstekers of mosselplukkers.

 

Waar het bij clam diggers om gaat, zijn mensen die in een getijdegebied op de slikken, met een vorkachtig werktuig of schep, bij laagwater ‘clams’ verzamelen. Clams is de verzamelnaam voor tweekleppige eetbare schelpdieren die ingegraven in modder of zand leven, vaak gaat het om kokkels maar het kunnen ook bijvoorbeeld venusschelpen zijn. De figuur van de Kooning heeft dan ook een zak in zijn linkerhand en een spitwerktuig in zijn rechter. In het Nederlands is er geen eenduidige naam voor het handmatig schelpdieren uit de bodem verzamelen: schelpdier- of kokkelvisser, kokkelverzamelaar, kokkelzoeker, kokkelraper.

 

 

Handen en voeten

 

                                                        

 

                                                                                                                                      een kampioen clam digger uit Maine

 

 

 

                                                              Clam digger door Willem de Kooning, 1966 (foto’s: internet)

 

 

 

 

In 1963 verhuisde de Kooning van New York naar Long Island, op steenworp afstand van de Atlantische Oceaan. De plek deed hem denken aan de Hollandse kustlijn. Het landschap had invloed op zijn kunst, ook het schilderij met het licht van zonsopkomst, Rosy Fingered Dawn at Louse Point (1963) ontstond daar aan de oostkust. In 1966 tekende hij al een Clam digger en in 1970 opnieuw, toen hij enkele jaren later het beeldhouwen oppakte, maakte hij uit naar het lijkt vette klei dezelfde figuur.

 

 

 

 

                                                                                                                                Groot torso

 

 


 

Willem de Kooning (1904-1997)

 

Wikipedia

 

 

 

Clam digger en Rosy Fingered Dawn at Louse Point

 

 

 


 

Stedelijk Museum Amsterdam

 

Foto’s: september 2012

 

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

 

Startpagina Beelden in het Stedelijk Museum Amsterdam