Honger

 

 

 

 

                                                                            

 

 

 

 

Vragende kinderen door Karel Appel, 1949

 

 

Tijdens een treinreis door Duitsland naar Kopenhagen in 1948 zag Karel Appel op de perrons bedelende kinderen met uitgestrekte handen en vragende ogen. De hongerige kinderen maakten diepe indruk, de beelden lieten hem niet los. Weer in Nederland maakte hij een aantal reliefs met de titel ‘Vragende kinderen’. Het reliëf dat de Tate in bezit heeft maakte Appel op een raamluik. Hij spijkerde er stukken gevonden hout op en beschilderde het geheel. Hugo Claus beschreef de reliëfs van de vragende kinderen als de springplank voor Appels schilderkunst.

 

 

 

 

 

 

Rudi Fuchs in 1998 over het vroege beeldhouwwerk van Karel Appel: “In het begin, eind jaren veertig, boeide hem de techniek van de assemblage: het verrassende en poëtische verbinden van verschillende materialen (gevonden voorwerpen), kleuren en gewichten. De kleine, vroege werken hebben de lichtheid van tekeningen: lijnen en kleuren die in de ruimte dansen – en nauwelijks op de grond staan.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vragende kinderen

 

In 1948-1949 maakte Appel een serie reliëfs met de titel ‘Vragende kinderen’. Er is een exemplaar in het bezit van het Stedelijk Museum Amsterdam, Centre Pompidou Parijs en de Tate Gallery in Londen. In 1949 werd Appel gevraagd een muurschildering te maken voor de kantine van het stadhuis in Amsterdam en hij maakte opnieuw een werk met de titel ‘Vragende kinderen’.

 

 

                       

 

                    Stedelijk Museum, Amsterdam                      Centre Pompidou, Parijs

 

 

                                    

 

                                 Kantine voormalig stadhuis, Amsterdam (Foto’s: NN, Internet)

 

 

De twistappel

 

Het werk viel niet in goede aarde bij de ambtenaren die er hun twaalfuurtje nuttigden. Ze waarschuwden dat ze het kunstwerk, ‘de twistappel’, er met een bezem af wilden schrobben, ze schreven op de muur en bekogelden de schildering met asbakken en een collectebus. In de kranten werd de voorstelling vergeleken met vragende ducdalven en kilometerpaaltjes. Een ‘met elk edele cultuurwaarde spottende wansmakelijkheid’ heette het te zijn, en de kinderen waren zielig: ‘zij kunnen niet zitten, zij hebben geen billetjes’. Uiteindelijk werd de muur afgedekt, pas tien jaar laten waren de geesten er rijp voor.

 

 

 

 

 

 


 

              Karel Appel (1921-2006)

 

 

  

Kapperszoon Karel Christiaan Appel, geboren in de Amsterdamse Dapperbuurt, werd vlak voor de oorlog het huis uitgestuurd omdat hij wilde gaan schilderen. Appel meldde zich in 1940 aan bij de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten, waar hij Constant en Corneille ontmoette.

 

Dat leidde in 1948 tot de oprichting van de Nederlandse Experimentele Groep en later van CoBrA - genoemd naar de steden Copenhagen, Brussel en Amsterdam -. Naast Appel bestond deze groep onder andere uit Corneille, de Belgen Dotremont en Noiret en de Deense kunstenaar Asger Jorn. CoBrA vernieuwde de schilderkunst drastisch.

 

Appel schilderde en beeldhouwde en begon te experimenteren met collages van gevonden voorwerpen. Hij ontwikkelde vanuit het zogenoemde primivistisch expressionisme van CoBrA een vorm van ‘action painting’ met figuratieve elementen. Zijn bekendheid groeide tot ver over de landsgrenzen.

 

 

Wikipedia

 

 

 

 

 

 

                                 De vervelende reflectie van vitrines..

 

 

 


 

Tate Gallery, Londen:  Tate Modern

 

 

Foto’s: november 2013

 

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

 

Startpagina DeTate, Londen