Jean Tinguely

 

Machinespektakel

 

Stedelijk museum Amsterdam 2016-2017

 

 

 

 

                                     Meta-mechanische sculptuur, 1954

 

 

Eerbetoon

 

Het Stedelijk Museum Amsterdam brengt  met een expositie een hommage aan de kunstenaar Jean Tinguely. Via het Stedelijk had de Zwitser in de tweede helft van de vorige eeuw furore gemaakt in Nederland, eerst met een spraakmakende deelname aan de tentoonstelling ‘Bewogen Beweging’ en het jaar daarop met de expositie ‘Dylaby’ waar hij samen met anderen door de museumzalen een labyrint bouwde. Zowel in 1973 als in 1983 kreeg Tinguely vervolgens een solo-tentoonstelling in het Stedelijk, evenals nu in 2016-17, vijfentwintig jaar na zijn overlijden.

 

 

 

 

                                                                                                                                       Ma Fraiseuse, 1963

 

 

Het begin

 

Als jongen knutselde Tinguely houten raderen in elkaar en liet ze in een beekje zodanig draaien dat de uitsteeksels aan het rad op een conservenblikje sloegen. De mechanisch opgewekte geluiden weerklonken door het bos, bijna als een voorteken. In december 1952 verhuisde hij naar Parijs. Het Vrije Volk schreef op 29 september 1962 dat Tinguely samen met Pontus Hultén (latere directeur van het museum voor moderne kunst in Stockholm en oprichter van het Tinguely-museum in Basel) in 1953 een Parijse galerie bezocht waar een kleine expositie werd gehouden van bewegende kunst. Hultén vertelde de krant: “Grotendeels historisch, u weet wel, Marcel Duchamp en Alexander Calder. Tinguely en ik zeiden tegen elkaar: jammer, daar was méér van te maken geweest!” De rest is geschiedenis.

 

 

Beweging

 

Naar de Leeuwarder Courant van 11 maart 1961 naar aanleiding van de tentoonstelling ‘Bewogen Beweging’:

 

De Italiaanse futuristen hebben rond 1909 de grondslag gelegd voor beweging in de beeldende kunst. In hun schilderwerk probeerden ze de beweging te transformeren, eerst door een lopende man tien benen te geven, maar later door de techniek te hulp te roepen. Zo kwamen ze ertoe een motortje achter hun doek te plaatsen, waarmee een bepaald element uit hun schilderwerk in beweging gezet kon worden.

 

Marcel Duchamp ging vervolgens een stap verder. Hij construeerde in 1913 de eerste ‘mobile’ door een fietswiel op een keukenstoel te plaatsen en vervaardigde later ‘motorreliëfs’ om dieptewerking in zijn schilderingen te brengen.

 

Tweede pionier op dit gebied werd rond 1930 de in Frankrijk werkende Amerikaan Alexander Calder die werk maakte dat hij met een motortje in beweging bracht. Toen hij er niet in slaagde een voortdurend wisselende beweging – een nooit zichzelf herhalende beweging – te creëren, gaf hij het op, om zich verder te richten op zwevende draadplastieken. Na 1953 heeft Jean Tinguely de door Duchamp en Calder ingezette lijn voortgezet.

 

 

 

 

                                                                                                                      Pop, Hop, Op & Co, 1962-1965

 

 

Niets is statisch

 

Volgens het Algemeen Handelsblad (15 oktober 1959) zei Tinguely in 1959 bij een opening in Londen: “Niets is statisch. Onbeweeglijkheid bestaat niet. Wees geen onderwerp van ouderwetse begrippen over tijd. Vergeet uren, seconden en minuten. Weersta de grote angst het moment te begrijpen, te doden wat leeft. Houd er mee op bewegingen en gebaren  op te wekken. Uzelf bent beweging en gebaar.”

 

Op een pamflet dat Tinguely datzelfde jaar uit een vliegtuig over Düsseldorf strooide, stond (NRC, 8 februari 1989): “Vergeet de uren, vergeet de seconden, de minuten. Aanvaard het onstandvastige. Leef in de tijd. Wees vrij. Hou op met dat schilderen van de tijd. Leef in het heden, leef nog eens, in en door de tijd – voor een wonderlijke, absolute werkelijkheid.”

 

 

Anti-machines

 

Het Vrije Volk schreef op 15 oktober 1973: Wat wil hij er nu mee? Zijn antwoord is duidelijk. Hij wil geen psychologisch gezeur over zijn machines waardoor de mensen dit of dat kunnen herkennen. Hij wil alleen dat de mensen er door worden getroffen en dat ze zullen begrijpen dat hij grote monsters wilde maken, gemene en niet gemene en bizarre dingen doen.

 

In 1990, een jaar voor zijn dood, had Tinguely een tentoonstelling in Moskou. Bij die gelegenheid verklaarde de kunstenaar (Nieuwsblad van het Noorden, 2 september 1991): “Het idee is dat de Sovjetunie zich vroeger of later zal ontwikkelen in de richting van het ‘fantastische’ totalitarisme van onze consumptiemaatschappij. Wat ik probeer te maken is een soort cynisch sociaal commentaar, op een poëtische manier.” Hij vond verder, aldus de krant, dat de westerse maatschappij “een hoop onnodige dingen” produceerde.

 

 

 

 

                                                                                                 Requiem pour une feuille morte, 1967

 

 

Machines met vakantie

 

In een necrologie over Tinguely schreef de NRC op 2 september 1991 ondermeer:

 

Jean Tinguely, de Zwitserse kunstenaar die vrijdag op 66-jarige leeftijd in Bern na een hersenbloeding stierf, maakte bizarre, onproductieve, rammelende, piepende, bewegende apparaten van schroot en oude machine-onderdelen. Omschrijvingen van de leuke, obstinate ‘anti-machines’ of pogingen tot uitleg, als zouden Tinguely’s machines de ‘scepsis over de onafwendbare technische vooruitgang’ uitbeelden, klinken altijd te gewichtig, te plechtig en te geleerd, schreef S. Montag in 1983 in deze krant. Hij pleitte er voor om Tinguely’s creaties ‘machines met vakantie’ te noemen.

 

 

 

 

                                                                                                                           NRC, 6 september 1991

 

 

 


 

Tentoonstelling ‘Jean Tinguely, Machinespecktakel’ in het Stedelijk museum Amsterdam, 2016-2017

 

Foto’s: december 2016

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

 

Startpagina Jean Tinguely