Ossip Zadkine

 

Museum De Wieger, Deurne

 

 

 

najaar 2016

 

 

 

 

 

 

Een vriendschap

 

De tentoonstelling in Museum de Wieger in Deurne heeft de titel ‘Ossip Zadkine en Hendrik Wiegersma. Een vriendschap’. In het 40-jarig jubileumjaar van het museum dat gevestigd is in het voormalige huis van Wiegersma, besteedt conservator Lex van de Haterd met de expositie aandacht aan de relatie tussen kunstschilder-huisarts-volkskunstverzamelaar-mecenas Hendrik Wiegersma uit Deurne en de Parijse kunstenaar Ossip Zadkine. Het is tevens een eerbetoon aan de bijna vijftig jaar geleden overleden Zadkine.

 

In de tentoonstelling en de catalogus wordt de kennismaking tussen de twee mannen beschreven en hun daarop volgende levenslange vriendschap. Ze zochten elkaar geregeld op. Zadkine (1890-1967) stuurde in de loop der jaren ruim honderd brieven en kaarten naar Deurne, de correspondentie van Wiegersma (1891-1969) aan Zadkine is niet teruggevonden. Deze webpagina’s richten zich op de beelden op de expositie.

 

 

 

 

 

 

Aankoop beelden

 

Naast tekeningen, litho’s en gouaches, kocht Wiegersma in de loop der tijd negen beelden aan van Zadkine. In 1925 schafte Wiegersma de eerste gouache aan, al snel gevolgd door het eerste beeld: een mannenkop uit 1923 gehakt uit porfirisch gesteente (op de tentoonstelling staat de bronzen versie). De kersverse eigenaar schrijft aan een vriend: “De kop van Zadkine heb ik in huis; een zeer mooi suggestief kunstwerk, dat de eeuwen trotseert.”

 

Najaar 1926 ontmoette de kunstverzamelaar Zadkine voor het eerst in Parijs. “We aten en dronken tezamen in een café [..] toen Zadkine, vergezeld van zijn charmante vrouw, de schilderes Valentine Prax, binnenkwam. De avond was lang en gezellig.”

Kort daarop werden het tweede en derde beeld verworven: een twee meter hoog houten beeld uit 1920 van een waterdraagster (niet op de tentoonstelling) en het stenen beeld Musicienne uit 1919 (op de tentoonstelling staat een bronzen versie) dat een plaats kreeg in de tuin van De Wieger.

 

In 1927 volgde een wit kalkstenen vrouwentors uit 1925 en een stenen geknielde tors uit 1927 (beide niet op de expositie). Zadkine heeft in die jaren nog niet de bekendheid die hij later verwierf en was blij met zijn genereuze verzamelaar.

 

 

 

 

 

 

Het zesde beeld in de collectie van Wiegersma maakte Zadkine in opdracht: een portret van het echtpaar. Nel en Hendrik Wiegersma poseerden voorjaar 1929 in Parijs en Zadkine maakte tekeningen en een kleistudie van Nel. Van Hendrik was dat niet nodig: “Het beeld van Henk staat in mijn geest gegrift.” Het beeld wordt het jaar daarop geleverd. Van het dubbelportret zijn in 1970 drie extra gietingen gemaakt; het originele beeld kwam in 2013 bij Christie’s onder de hamer.

 

De bewondering van Wiegersma voor het werk van Zadkine was wederzijds. Zadkine schrijft in zijn dagboek in 1929 dat Wiegersma de enige levende Nederlandse schilder is sinds de dood van Van Gogh.

 

 

 

 

 

In 1933 gaf Wiegersma een tweede opdracht: een penning met de beeltenis van zichzelf. Op de keerzijde moest zijn lijfspreuk ‘Abyssos tentabo’ staan: ‘ik zal de afgrond tarten’. Het ontwerp was februari 1935 klaar en werd dat jaar bij de Koninklijke Begeer in onbekende oplage gegoten.

 

 

               

 

         Kennelijk geïnspireerd ontwierp Wiegersma in 1935 vervolgens ook zelf een penning (bericht uit De Tijd,

                  5 april 1935); later dat jaar maakte Wiegersma eveneens een penning voor Haile Selassie, keizer van Ethiopië.

 

 

Daarna volgden snel de aankoop van de beelden zeven en acht: in 1936 het brons ‘de Tekenles’ uit 1935 en in 1937 een bronzen Diane uit hetzelfde jaar. Na de oorlog, kocht Wiegersma in 1953 het negende en laatste beeld van Zadkine: het bronzen Le poète à l’oiseau uit 1947 (niet op de expositie).

 

 

Bron: ‘Ossip Zadkine en Hendrik Wiegersma, een vriendschap’ door Lex van de Haterd; Museum de Wieger, 2016

 

 

 

 

 

Diaspora

 

Na het overlijden van Wiegersma in 1969, bleven zeven van de negen beelden in de familie, de vrouwentors uit 1925 en de stenen geknielde tors uit 1927 werden geveild. De vrouwentors bracht 34.000 gulden op; het beeld werd door de kopers in 2009 opnieuw ter  veiling aangeboden en ging toen weg voor 421.250 pond (605.758 dollar). De waterdraagster uit 1920 en het dubbelportret uit 1930 zijn in 2013 geveild.

 

 

 

 

vlnr: zoon Pieter Wiegersma (geb. 1920), Ossip Zadkine, Nel en Henk Wiegersma, een kleinkind

 

 

 


 

Tentoonstelling ‘Ossip Zadkine en Hendrik Wiegersma’, Museum De Wieger, Deurne; najaar 2016

 

Foto’s: november 2016

 

 

 

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

 

Startpagina Ossip Zadkine