Ossip Zadkine

 

Museum De Wieger, Deurne

 

 

 

najaar 2016

 

 

 

 

                                   Diane, 1937

 

Een vriendschap

 

De tentoonstelling in Museum de Wieger in Deurne heeft de titel ‘Ossip Zadkine en Hendrik Wiegersma. Een vriendschap’. In het 40-jarig jubileumjaar van het museum dat gevestigd is in het voormalige huis van Wiegersma, besteedt conservator Lex van de Haterd met de expositie aandacht aan de relatie tussen kunstschilder-huisarts-volkskunstverzamelaar-mecenas Hendrik Wiegersma uit Deurne en de Parijse kunstenaar Ossip Zadkine. Het is tevens een eerbetoon aan de bijna vijftig jaar geleden overleden Zadkine.

 

In de tentoonstelling en de catalogus wordt de kennismaking tussen de twee mannen beschreven en hun daarop volgende levenslange vriendschap. Ze zochten elkaar geregeld op. Zadkine (1890-1967) stuurde in de loop der jaren ruim honderd brieven en kaarten naar Deurne, de correspondentie van Wiegersma (1891-1969) aan Zadkine is niet teruggevonden. Deze webpagina’s richten zich op de beelden op de expositie.

 

 

 

 

                                         Tête d’homme door Ossip Zadkine, 1923

 

 

 

                  Musicienne / Jeune fille à la guitare, 1919

 

Aankoop beelden

 

Naast tekeningen, litho’s en gouaches, kocht Wiegersma in de loop der tijd negen beelden aan van Zadkine. In 1925 schafte Wiegersma de eerste gouache aan, al snel gevolgd door het eerste beeld: een Mannenkop uit 1923 gehakt uit porfirisch gesteente (op de tentoonstelling staat de bronzen versie). De kersverse eigenaar schrijft aan een vriend: “De kop van Zadkine heb ik in huis; een zeer mooi suggestief kunstwerk, dat de eeuwen trotseert.”

 

Het stenen beeld Musicienne uit 1919 (op de tentoonstelling staat een bronzen versie) kocht hij zomer 1926 op een expositie in Oisterwijk, het beeld kreeg een plaats in de tuin van De Wieger. Najaar 1926 ontmoette de kunstverzamelaar Zadkine voor het eerst in Parijs. “We aten en dronken tezamen in een café [..] toen Zadkine, vergezeld van zijn charmante vrouw, de schilderes Valentine Prax, binnenkwam. De avond was lang en gezellig.” Daar werd het derde beeld verworven: een twee meter hoog houten beeld uit 1920 van een Waterdraagster (Jeune fille a la cruche; niet op de tentoonstelling). "De pop van Zadkine kwam ook; ze is ontzettend mooi" schreef Wiegersma in een brief.

 

 

 

  

 

                       Zadkine in gesprek met Wiegersma, links: de waterdraagster, 1965

 

 

In 1927 volgde een wit kalkstenen Vrouwentors uit 1925 en een stenen Geknielde tors / hurkende vrouw uit 1927 (beide niet op de expositie). Zadkine heeft in die jaren nog niet de bekendheid die hij later verwierf en was blij met zijn genereuze verzamelaar.

 

 

 

    Telegraaf, 25 januari 1975

    

 

       Een herinnering van Friso Wiegersma (1925-

       2006) opgetekend in de NRC, 4 juni 1983

 

 

 

Het zesde beeld in de collectie van Wiegersma maakte Zadkine in opdracht: een portret van het echtpaar. Nel en Hendrik Wiegersma poseerden voorjaar 1929 in Parijs en Zadkine maakte tekeningen en een kleistudie van Nel. Van Hendrik was dat niet nodig: “Het beeld van Henk staat in mijn geest gegrift.” Het Dubbelportret werd in 1930 daarop geleverd. Van het beeld zijn in 1970 drie extra gietingen gemaakt; het originele beeld kwam in 2013 bij Christie’s onder de hamer.

 

De bewondering van Wiegersma voor het werk van Zadkine was wederzijds. Zadkine schrijft in zijn dagboek in 1929 dat Wiegersma de enige levende Nederlandse schilder is sinds de dood van Van Gogh.

 

 

 

                                          Dubbelportret: Nel en Hendrik Wiegersma, 1930

 

 

 

 

In 1933 gaf Wiegersma een tweede opdracht: een penning met de beeltenis van zichzelf. Op de keerzijde moest zijn lijfspreuk ‘Abyssos tentabo’ staan: ‘ik zal de afgrond tarten’. Het ontwerp was februari 1935 klaar en werd dat jaar bij de Koninklijke Begeer in onbekende oplage gegoten.

 

 

               

 

         Kennelijk geïnspireerd ontwierp Wiegersma in 1935 vervolgens ook zelf een penning (bericht uit De Tijd,

                  5 april 1935); later dat jaar maakte Wiegersma eveneens een penning voor Haile Selassie, keizer van Ethiopië.

 

 

 

 

                                      La leçon de dessin / Le conseiller, 1935

 

 

Daarna volgden snel de aankoop van de beelden zeven en acht: in 1936 het brons ‘de Tekenles’ uit 1935 en in 1937 een bronzen Diane uit hetzelfde jaar. Na de oorlog, kocht Wiegersma in 1953 het negende en laatste beeld van Zadkine: het bronzen Le poète à l’oiseau uit 1947 (niet op de expositie).

 

Bron: ‘Ossip Zadkine en Hendrik Wiegersma, een vriendschap’ door Lex van de Haterd; Museum de Wieger, 2016

 

 

 

Veiling

 

Na het overlijden van Wiegersma in 1969, bleven zeven van de negen beelden in de familie, de vrouwentors uit 1925 en de stenen geknielde tors uit 1927 werden geveild. De laatste hoort nu tot de ING-collectie.

 

 

 

        Foto: Christie’s, 2009

 

De vrouwentors werd door de kopers in

2009 opnieuw ter veiling aangeboden.

  

 

      Boven: De geknielde tors of hurkende vrouw op de

      veiling in december 1969. Foto: Cor Out

 

 

      De waterdraagster uit 1920 en het dubbelportret uit

     1930 zijn in 2013 verkocht.

 

 

 

 

vlnr: zoon Pieter Wiegersma (geb. 1920), Ossip Zadkine, Nel en Henk Wiegersma, een kleinkind

 

 

De tiende van Nel

 

De Stem, 27 januari 1968

 

Bij de opening in Deurne van een in memoriam tentoonstelling over Zadkine, verklaarde Wiegersma tien werken te hebben staan (niet hangen, dus beelden). De tiende moet de Gouden vogel uit 1924 zijn geweest, want bij Christie’s werd in 2011 het beeld aangeboden. Het veilinghuis gaf als provenance:

 

N. Wiegersma, Belgium, by whom acquired directly from the artist in 1925, and thence by descent. Acquired from the above by the present owner.

 

 

 

 


 

Tentoonstelling ‘Ossip Zadkine en Hendrik Wiegersma’, Museum De Wieger, Deurne; najaar 2016

 

Foto’s: november 2016

 

 

 

 

 

Startpagina Buitenbeeldinbeeld

 

 

Startpagina Ossip Zadkine